Samenvatting vrijdagpreek 07 Aug 2026 – De dankbaarheid van de Profeet (vrede zij met hem) aan God: reflecties op zijn daden en leringen.

KJ-Summary-NL-20260807        KJ-Summary-FR-20260807

KJ-Summary-UR-20260807        KJ-Summary-BN-20260807

 

Samenvatting vrijdagpreek 7 Augustus 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

Huzoor-e-Anwar (aba) hield vandaag de vrijdagpreek vanuit Masjid Mubarak in Islamabad, Tilford, Verenigd Koninkrijk.

In de vrijdagpreek van vandaag zette Huzoor-e-Anwar (aba) zijn uiteenzetting voort over de buitengewone standaard van dankbaarheid van de Heilige Profeet (vzmh) en over de wijze waarop deze dankbaarheid tot uiting kwam in ieder aspect van zijn leven.

De Boodschapper van Allah (vzmh) heeft gezegd dat Allah tevreden is met Zijn dienaar wanneer deze Hem prijst nadat hij een hap voedsel heeft gegeten of een slok water heeft gedronken. Hij droeg de gelovigen eveneens op de zegeningen van Allah te eren en legde uit dat wanneer de zegen van levensonderhoud van een volk wordt weggenomen, deze niet gemakkelijk wordt hersteld. Ware dankbaarheid voor iedere zegening is daarom essentieel voor degene die blijvende zegeningen wenst te ontvangen.

Op de dag van de Verovering van Mekka vergaf de Heilige Profeet (vzmh) de leiders van Mekka die hem voorheen hadden vervolgd. Vervolgens ging hij naar het huis van Hazrat Umm Hani (ra) en vroeg of er iets te eten was. Men bracht hem een droog stuk brood, dat met water en azijn zacht was gemaakt. Hij at dit met dankbaarheid en prees Allah. Ook zijn metgezellen (ra) toonden dankbaarheid, zelfs voor de geringste levensmiddelen.

Hazrat Musleh-e-Maud (ra) legde uit dat wanneer iemand zijn ware geestelijke positie beseft, zijn hart voortdurend vervuld blijft van dankbaarheid en geestdrift. Hierdoor is hij in staat grootse werken te verrichten, zelfs wanneer hij over zeer weinig wereldse middelen beschikt.

De Heilige Profeet (vzmh) heeft eveneens verteld dat Allah hem eens had aangeboden om de vallei van Mekka voor hem in goud te veranderen. Hij wees dit echter af en zei dat hij er de voorkeur aan gaf op sommige dagen honger te ervaren en op andere dagen verzadigd te zijn, zodat hij Allah kon danken wanneer hij verzadigd was en zich in gebed en smeekbeden nederig tot Hem kon wenden wanneer hij honger had.

Wanneer de Heilige Profeet (vzmh) water dronk, deed hij dit in drie slokken. Na iedere slok prees hij Allah en aan het einde sprak hij zijn dank uit.

Hazrat Aisha (ra) heeft overgeleverd dat hij zei: wie een gunst ontvangt, dient deze, indien mogelijk, te vergelden. Indien hij daartoe niet in staat is, dient hij op zijn minst op dankbare wijze over die gunst te spreken, want het erkennen van een gunst is op zichzelf al een vorm van dankbaarheid.

De Heilige Profeet (vzmh) herinnerde zich voortdurend de gunsten die anderen hem hadden bewezen en sprak daar zijn waardering voor uit. Hij sprak vaak over de offers en steun van Hazrat Khadijah (ra), hield Hazrat Abu Bakr (ra) in bijzondere achting en ontving de delegatie van Najashi hartelijk, uit waardering voor de bescherming die de Najashi aan de eerste moslims had geboden. Toen Najashi overleed, verrichtte hij zelfs het gebed voor de overledene bij afwezigheid. Ook verwees hij vaak naar de offers van de Ansar.

Met betrekking tot Mut‘im bin ‘Adi, die hem bescherming had geboden hoewel hij zelf geen moslim was, zei de Heilige Profeet (vzmh) na de Slag bij Badr dat, indien Mut‘im nog in leven was geweest en om de vrijlating van de gevangenen had verzocht, hij zijn verzoek uit dankbaarheid voor zijn eerdere goedheid zou hebben ingewilligd.

Hazrat Jabir bin Abdullah (ra) heeft overgeleverd dat de Heilige Profeet (vzmh) opdroeg dat degene die een geschenk ontvangt, dit indien mogelijk dient te beantwoorden met een geschenk. Indien dit niet mogelijk is, dient hij de gever openlijk te prijzen, want daarmee voldoet hij aan zijn verplichting van dankbaarheid.

Evenzo gaf de Heilige Profeet (vzmh), wanneer hij iets had geleend, daarvoor iets terug dat beter was dan hetgeen hij had ontvangen.

De Heilige Profeet (vzmh) stond gedurende zulke lange perioden op voor vrijwillig gebed dat zijn voeten opzwollen. Toen Hazrat Aisha (ra) hem vroeg waarom hij zichzelf zo inspande, terwijl Allah zijn vroegere en toekomstige tekortkomingen reeds had vergeven, antwoordde hij: “Zou ik dan geen dankbare dienaar moeten zijn?”

Hazrat Musleh-e-Maud (ra) legde uit dat als zelfs de Heilige Profeet (vzmh), wiens liefde, offers en toewijding aan Allah ongeëvenaard waren, lange uren in aanbidding doorbracht om zijn dankbaarheid te tonen, niemand anders kan menen dat hij van deze verantwoordelijkheid is vrijgesteld.

Dankbaarheid is niet iets passiefs; zij vereist voortdurende geestelijke vooruitgang. De Heilige Profeet (vzmh) bereikte het hoogste niveau van het zijn van een ‘Abd al-Shakoor’, oftewel een waarlijk dankbare dienaar, en leerde zijn volgelingen om voortdurend toe te nemen in aanbidding en dankbaarheid en nooit zelfgenoegzaam te worden vanwege de zegeningen van Allah.

Huzoor-e-Anwar (aba) sloot zijn preek af met het aanhalen van Allahs belofte in de Heilige Koran:

“Als u dankbaar bent, zal ik u meer geven.”
(De Heilige Koran, 14:8)

Moge Allah ons in staat stellen waarlijk dankbare dienaren, oprechte aanbidders en ontvangers van Zijn steeds toenemende zegeningen te worden. Amin.