Samenvatting vrijdagpreek 13 jul 2018 – Heren van uitmuntendheid

 

Samenvatting vrijdagpreek 13 juli 2018

Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih Al-Khamis (aba)

Na Tashahhud, Ta’awwuz en recitatie van Soerah Al-Fatehah zei Huzur-e-Anwar:

Vandaag zal ik spreken over twee Metgezellen van de Heilige Profeet VZMH. De eerste is Hazrat Malik-bin-Rabbeara. Hij is overleden in 60 Hijri. Hij had deelgenomen aan alle grote Ghazwat (Islamitische oorlogen). De Heilige Profeet VZMH had ook zijn huwelijk bijgewoond, die in alle eenvoud werd gevierd.

Ooit kwamen een aantal gevangenen naar de Heilige Profeet VZMH. Er was een vrouw onder hen die huilend naar hem kwam omdat ze van haar kind werd gescheiden. De Heilige Profeet VZMH riep haar meester, Hazrat Malik-bin-Rabbea, en vroeg of hij de moeder van haar kind had gescheiden. Hij antwoordde dat het kind niet kon stappen en dat de moeder het kind niet kon dragen en daarom had hij het kind verkocht. De Heilige Profeet VZMH instrueerde hem om het kind zelf te halen om vervolgens met de moeder herenigd te worden.

Ooit had de Heilige Profeet VZMH een loopwedstrijd georganiseerd voor de paarden en kamelen. Hazrat Malik-bin-Rabbea reed op het paard van de Profeet VZMH en liet iedereen achter zich.

In de tijd van Hazrat Usman r.a. verloor Hazrat-Malik-bin-Rabbea ra zijn zicht. Hij zou Allah altijd danken om hem scherp zicht te schenken tijdens de goede dagen wanneer hij alle zegeningen in het tijdperk van de Heilige Profeet VZMH kon zien en nu Allah mensen op de proef aan het stellen was en met moeilijkheden confronteerde kon hij het niet zien.

Ooit had Hazrat Malik-bin-Rabbea wat voorwerpen als Zakaat opgeofferd. Diezelfde nacht droomde hij dat een slang rond zijn nek hing. Bij het ontwaken vroeg hij onmiddelijk aan zijn vrouw of er iets overgebleven was van de Zakaat voorwerpen. Zij zochten en vonden nog een touw dat gebruikt werd om de kameel vast te binden. Hij schonk het onmiddellijk weg. Allah schonk deze metgezellen het hoogste niveau van vroomheid en Hij begeleidde hen soms door middel van zulke dromen.

De andere Metgezel is Hazrat Abdullah r.a. Hij was de neef (zoon van tante aan vaders kant) van de Heilige Profeet VZMH. Hij behoorde tot de eerste gelovigen van de Islam die voorrang hadden boven alle anderen. Hazrat Abdullah had deelgenomen aan de eerste ‘Hijrat-e-Habsha’ (migratie naar Habsha). Daarna keerde hij terug naar Mekka en migreerde vervolgens naar Medina. Habsha of  Ethiopië genoemd , had een Christelijke heerser die Najashi werd genoemd. Omdat hij een eerlijk en rechtvaardig persoon was had de Heilige Profeet VZMH gezegd dat zij die naar daar konden migreren dat moesten doen.

We weten nu dat de meerdereid van deze migratie bestond uit machtige en invloedrijke personen uit Mekka. Dit vertelt ons twee dingen: Eén, dat zelfs invloedrijke mensen niet veilig waren voor de wreedheden in Mekka en twee, dat de zwakken zo zwak waren dat ze niet in staat waren om te migreren.

In het tweede jaar van Hijrat trok de Heilige Profeet VZMH ten oorlog en benoemde Hazrat Abdullah r.a. tot Amir in zijn afwezigheid. Op gelijke wijze stuurde de Heilige Profeet VZMH eens een groep van honderdvijftig mensen (in strijd) tegen de Banu Asad stam en benoemde Hazrat Abdullah r.a. tot hun leider. Hij leed in dezelfde oorlog een wond op die over tijd zou etteren en de oorzaak van zijn dood zou worden. De Heilige Profeet VZMH had zijn ogen zelf gesloten en had persoonlijk voor zijn vergiffenis gebeden.

Voor zijn sterfte had Hazrat Abdullah r.a. tot God gebeden, “O Allah! Benoem de beste bewaker voor mijn gezin”.  Zijn gebed werd verhoord en in 4 Hijri trouwde de Heilige Profeet VZMH met zijn weduwe Hazrat Umme Salma ra. Zijn eerste verzoek had ze geweigerd door haar leeftijd maar aangezien de Profeet VZMH andere redenen had stuurde hij een tweede verzoek en daarna waren ze getrouwd. Ze was een dame van uitzonderlijke rang en was uiterst vroom en wijs. Zij kon lezen en schrijven en daarom onderrichtte zij andere vrouwen. Moge Allah de rangen van al deze Metgezellen blijven verhogen. Amin.

Huzur-e-Anwar kondigde twee gebeden in afwezigheid aan. Het eerste was voor Raja Naseer Ahmad sahib die waqif-e-zindagi murabbi (religieuze geleerde en in levenslange dienst tot het geloof) was. Na het afstuderen aand de Djamiyya had hij de djamaat voor ongeveer 47 jaar gediend. Hij had gewerkt in ondermeer Pakistan, Bangladesh, Oeganda en Indonesië. Hij was een zeer vroom en virtuoos persoon. Hij hield van prediken en had een zeer sterke band met het Kalifaat. Hij hield van het reciteren van de Heilige Koraan. Hij was een voorbeeldig Ahmadi en waqif-e-zindagi.

Verder waren er nog gebeden voor de twee martelaren die tijdens een diefstal de martelaarsdood stierven in hun winkel in Karachi, Pakistan. Hun namen waren Mubeen Ahmad sahib en Zafrullah Sahib. Moge Allah hun rangen verhogen. Een derde persoon, Hafiz Nasrullah Sahib, werd verwond tijdens dit incident. Moge Allah hem zegenen met een volledige genezing en een goede gezondheid. Amin.