Samenvatting vrijdagpreek 04 Sept 2026 – Levende Tawakkul: de weg van de Profeet (sa).

KJ-Summary-NL-20260904        KJ-Summary-FR-20260904

KJ-Summary-UR-20260904        KJ-Summary-BN-20260904

 

Samenvatting vrijdagpreek 4 September 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

Huzoor-e-Anwar (aba) heeft gezegd:

Toen Allah de Almachtige de Heilige Profeet (vzmh) tot een volmaakt mens maakte en hem voor de gehele mensheid tot een prachtig voorbeeld stelde, bracht Hij vervolgens iedere deugd in zijn persoon tot uiting en verhief deze tot khuluq ‘azeem,een verheven en voortreffelijk karakter. Hij gaf de gelovigen de raad dat, indien zij in zichzelf verheven morele eigenschappen willen ontwikkelen, zij deze grote Profeet (vzmh) dienen te volgen. Overeenkomstig het gebod van Allah de Almachtige bracht hij iedere deugd tot een hoogstaand niveau en spoorde hij de gelovigen eveneens aan om ernaar te streven deze hoogste maatstaven van goed zedelijk gedrag te bereiken.

Zoals momenteel verschillende aspecten van het leven en karakter van de Heilige Profeet (vzmh) worden besproken, zal ik in dit verband vandaag spreken over een aspect van zijn levenswijze dat betrekking heeft op vertrouwen op Allah, alsook over zijn positie en zijn praktische voorbeeld hierin.

In de Heilige Qur’an spreekt Allah de Almachtige de Heilige Profeet (vzmh) aan met de woorden:

“O Profeet! … stel uw vertrouwen in Allah, want Allah is als Beschermer voldoende.” (33:4)

In dit vers ligt tevens een blijde tijding voor de gelovigen besloten: wanneer zij deze geboden naleven, zal Allah de Almachtige ook voor hen toereikend zijn.

Vervolgens vestigt Allah de Almachtige de aandacht van de gelovigen hierop met de woorden:

“Allah! Er is geen God dan Hij! Laten de gelovigen dus in Allah hun vertrouwen stellen.” (64:14)

Wanneer men dus zijn vertrouwen op Allah de Almachtige stelt en het recht van Zijn aanbidding vervult, zal men zeker ook Zijn tekenen aanschouwen. Het hoogste voorbeeld hiervan vinden wij in de persoon van de Heilige Profeet (vzmh). Door zijn toedoen ontvingen ook zijn metgezellen hieruit geestelijke zegeningen.

Hazrat Umar (ra) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vzmh) heeft gezegd:

“Als jullie werkelijk op Allah zouden vertrouwen zoals het behoort dat men op Hem vertrouwt, dan zouden jullie zeker van levensonderhoud worden voorzien, zoals de vogels van levensonderhoud worden voorzien. Zij verlaten ’s morgens hun nesten met lege magen en keren ’s avonds met gevulde magen terug.”

Van Hazrat Abu Dharr (ra) is overgeleverd dat de Heilige Profeet (vzmh) heeft gezegd dat onthechting van de wereld niet betekent dat men het toegestane verboden maakt, noch dat men rijkdom verspilt. Onthechting van de wereld betekent dat hetgeen zich in beide handen bevindt, voor u niet betrouwbaarder is dan hetgeen zich in de hand van Allah bevindt. Wat betreft de beloning voor tegenspoed, dient uw houding zodanig te zijn dat wanneer een beproeving u treft, u er zelfs naar verlangt dat deze beproeving langer voor u zou voortduren, vanwege de beloning die ermee verbonden is.

De Boodschapper van Allah (vzmh) heeft gezegd dat degene die al zijn zorgen tot één enkele zorg maakt, namelijk de zorg om zijn geloof en die onderzoekt wat zijn geloofstoestand is, wat zijn geestelijke toestand is en hoe zijn verhouding met Allah de Almachtige is, voor hem zal Allah de Almachtige toereikend zijn met betrekking tot al zijn zorgen in deze wereld en in het Hiernamaals.

Hoe zorgvuldig hield de Heilige Profeet (vzmh) in zijn dagelijkse bezigheden het vertrouwen op Allah de Almachtige voor ogen en hoe vaak verrichtte hij in dit verband smeekbeden.

De Heilige Profeet (vzmh) heeft gezegd dat wanneer iemand zijn huis binnengaat, hij dient te zeggen:

“O Allah, ik vraag U om het goede van het binnengaan van dit huis en ik vraag U om het goede van het verlaten ervan. In de naam van Allah treden wij binnen en in de naam van Allah verlaten wij het huis, en op Allah, onze Heer, stellen wij ons vertrouwen.”

Men dient deze smeekbede eerst te reciteren en vervolgens de huisgenoten te begroeten met de vredesgroet.

Musailima de Leugenaar bood aan om met zijn leger tot de gemeenschap van de Heilige Profeet (vzmh) toe te treden, maar stelde daarbij de voorwaarde dat, indien Muhammad (vzmh) hem na zijn overlijden als zijn opvolger zou aanwijzen, hij diens volgeling zou worden. Volgens sommige overleveringen had hij honderdduizend volgelingen.

De Boodschapper van Allah (vzmh) had een stok van een dadelpalm in zijn hand. Toen hij bij hem kwam, zei hij:

“Als jij zelfs dit van mij zou vragen, dit stukje hout, dan zou ik het je nog niet geven. Jij zult nooit vóór het besluit van Allah kunnen uitlopen.”

Hazrat Musleh-e-Maud r.a. schrijft:

“De Heilige Profeet (vzmh) richtte bij geen enkele aangelegenheid zijn aandacht op de wereld of de wereldse mensen. Hij keek zelfs niet op naar de wereldse middelen. Bij iedere aangelegenheid was zijn blik uitsluitend op God gericht, in de overtuiging dat Hij het zou doen. Hij was als het ware een volmaakt voorbeeld van vertrouwen op Allah, waarvan men geen gelijke aantreft onder de eerdere profeten, en na hem is er geen mens voortgebracht die een vertrouwen op Allah bezat zoals dat van hem.”

In het tweede gedeelte van de vrijdagpreek sprak Huzoor-e-Anwar (aba) over de volgende overledenen en kondigde hij aan dat het gebed voor de overledenen bij afwezigheid voor hen zou worden verricht.

De gerespecteerde Mirza Safdar Mahmood, zoon van de gerespecteerde Ghulam Rasool, woonachtig te Mandi Bahauddin. De overledene werd enkele dagen geleden, op 2 september, gemarteld en gedood. Inna lillahi wa inna ilaihi raji‘un, “Voorzeker, wij zijn van Allah, en tot Hem zullen wij wederkeren”

Mevrouw Amatul Aziz, Inna lillahi wa inna ilaihi raji‘un, “Voorzeker, wij zijn van Allah, en tot Hem zullen wij wederkeren” De overledene was, door de genade van Allah de Almachtige, een Musia (iemand die zich volgens het systeem van Wasiyyat had toegewijd). Zij was een kleindochter van Hazrat Musleh-e-Maud (ra) en van Hazrat Sayyida Umme Tahir (ra).

Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat zij tevens zijn nicht van moederszijde was en de jongste zus van zijn echtgenote.

Huzoor-e-Anwar (aba) bad vervolgens tot Allah de Almachtige om vergeving voor alle overledenen en om de verhoging van hun geestelijke rang en status.