Samenvatting vrijdagpreek 11 Sept 2026 – De erfenis van Tawakkul van de Profeet (sa): Gebeden van Tawakkul

KJ-Summary-NL-20260911        KJ-Summary-FR-20260911

KJ-Summary-UR-20260911        KJ-Summary-BN-20260911

 

Samenvatting vrijdagpreek 11 September 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

Huzoor-e-Anwar (aba) zei:

In de vorige vrijdagpreek sprak ik over het vertrouwen op Allah de Verhevene (tawakkul) van de Heilige Profeet (vzmh). Ook vandaag gaat het over hetzelfde onderwerp.

Toen hij de gelovigen aanspoorde om op Allah te vertrouwen, zei de Heilige Profeet (vzmh), volgens een overlevering van Hazrat Abu Darda (ra):

Wie ’s morgens en ’s avonds zevenmaal het volgende zegt:

حَسۡبِیَ اللّٰہُ لَاۤ اِلٰہَ اِلَّا ھُوَ عَلَیۡہِ تَوَکَّلۡتُ وَھُوَ رَبُّ الۡعَرۡشِ الۡعَظِیۡمِ

“Allah is mij voldoende. Er is geen god die het waard is aanbeden te worden behalve Hij. Op Hem heb ik mijn vertrouwen gesteld en Hij is de Heer van de machtige Troon.”

dan zal Allah hem voldoende zijn met betrekking tot datgene wat hem zorgen baart, ongeacht of hij daarin oprecht is of niet.

Hoe placht de Heilige Profeet(vzmh), zelf te bidden met betrekking tot zijn vertrouwen op Allah? Hierover is een overlevering.

Hazrat Jabir bin Abdullah (ra) heeft overgeleverd dat wanneer de Heilige Profeet(vzmh), zich in de ruku (de buiging tijdens het gebed) begaf, hij de volgende smeekbede verrichtte:

اَللّٰھُمَّ لَكَ رَکَعْتُ وَبِكَ اٰمَنْتُ وَلَكَ اَسْلَمْتُ وَعَلَیْكَ تَوَکَّلْتُ اَنْتَ رَبِّیْ خَشَعَ سَمْعِیْ وَبَصَرِیْ وَدَمِیْ وَلَحْمِیْ وَعَظْمِیْ وَعَصْبِیْ لِلّٰہِ رَبِّ الْعٰلَمِیْنَ۔

“O Allah! Voor U heb ik mij gebogen, in U heb ik geloofd, aan U heb ik mij overgegeven en op U heb ik mijn vertrouwen gesteld. U bent mijn Heer. Mijn gehoor, mijn gezichtsvermogen, mijn bloed, mijn vlees, mijn beenderen en mijn zenuwen hebben zich onderworpen aan Allah, de Heer der werelden.”

In een andere overlevering vermeldt Hazrat Abu Hurairah (ra), dat de Heilige Profeet(vzmh), zei:

“Telkens wanneer ik door een moeilijkheid werd getroffen, verscheen Gabriël voor mij en zei: ‘O Mohammed(vzmh), zeg:

تَوَكَّلْتُ عَلَى الْحَيِّ الَّذِیْ لَا يَمُوْتُ وَالْحَمْدُ لِلّٰهِ الَّذِیْ لَمْ يَتَّخِذْ وَلَدًا وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ شَرِيْكٌ فِی الْمُلْكِ وَ لَمۡ یَکُنۡ لَّہٗ وَلِيٌّ مِنَ الذُّلِّ وَكَبِّرْهُ تَكْبِيْرًا۔

‘Ik heb mijn vertrouwen gesteld in de Levende, Die nooit sterft. Alle lof behoort aan Allah, Die Zich nooit een zoon heeft genomen, Die geen deelgenoot heeft in Zijn koninkrijk en Die nooit een helper nodig heeft gehad vanwege enige zwakte. En verkondig Zijn grootheid met de grootste eerbied.’”

Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat de blik van de Heilige Profeet (vzmh), te allen tijde op Allah de Verhevene gericht was.

Over deze uitmuntende graad van zijn vertrouwen zei Hazrat Musleh Mau‘ud (ra), in een toespraak:

“De Heilige Profeet (vzmh), had een dergelijk vertrouwen op God de Verhevene dat hij zich in iedere beproeving en moeilijkheid uitsluitend op Hem richtte en zijn aandacht van al het andere afwendde.

Er bestaat geen twijfel over dat hij niet, zoals sommige soefi’s van tegenwoordig, de middelen achterwege liet. Hij maakte gebruik van de beschikbare middelen. Want het achterwege laten van de middelen betekent als het ware het kleineren van Allahs schepping en het als zinloos beschouwen van hetgeen Hij heeft geschapen.

Maar nadat hij de nodige middelen had aangewend, stelde hij zijn volledige vertrouwen op God de Verhevene. Hoewel hij de beschikbare middelen gebruikte, stelde hij er nooit zijn vertrouwen op en rekende hij er nooit volledig op. Zijn hoop was uitsluitend gevestigd op de genade van God.”

Huzoor-e-Anwar (aba) gaf vervolgens, naar aanleiding van de verklaringen van Hazrat Musleh Mau‘ud (ra), uitvoerig uitleg over verschillende gelegenheden waarop de afgodendienaren van Mekka de Heilige Profeet (vzmh), allerlei aanbiedingen en verleidelijke voorstellen deden, en over het ongeëvenaarde vertrouwen dat de Heilige Profeet (sa) in Allah de Verhevene stelde.

Hij zei dat Abu Talib de Heilige Profeet (vzmh), bij zich liet komen. Hij bracht de verschillende aanbiedingen ter sprake en legde hem het verzoek van de Mekkanen voor dat zij bereid waren iedere eis die hij zou stellen in te willigen, mits hij slechts zou ophouden hun afgoden te beledigen.

Toen de Heilige Profeet(vzmh), de toestand van zijn oom zag en zich zijn grote weldaden jegens hem herinnerde, vulden zijn ogen zich met tranen. Hij zei echter:

“Mijn oom, ik vraag u niet om mij te helpen. U mag gerust uw volk steunen en mij verlaten. Bij Allah, zelfs als deze mensen de zon aan mijn rechterzijde en de maan aan mijn linkerzijde zouden plaatsen, zal ik niet ophouden de naam van God te verkondigen.”

Zijne Heiligheid zei dat dit een graad van volmaakt vertrouwen in Allah de Verhevene is die nergens anders wordt aangetroffen.

Welke voorbeelden van vertrouwen op Allah (tawakkul) zien wij ten tijde van de emigratie van de Heilige Profeet (vzmh)?

Toen de Heilige Profeet (vzmh), toestemming kreeg om te emigreren, bracht hij Hazrat Ali (ra), op de hoogte van zijn emigratieplan. Hij droeg hem een zeer moedige en opofferende taak op: die nacht moest hij op het gezegende bed van de Heilige Profeet (sa) slapen, gehuld in de groene , en volgens een andere overlevering rode, Hadhrami-mantel die de Heilige Profeet (sa) zelf gebruikte wanneer hij ging slapen.

Terwijl hij deze toegewijde en zelfopofferende dienaar de zekerheid gaf van goddelijke steun en hulp, zei de Heilige Profeet(vzmh):

“Maak u geen zorgen en blijf rustig op mijn bed slapen. De vijand zal u geen haar kunnen krenken.”

De vijanden stonden bij de grot en beraadslaagden op verschillende manieren. Sommigen zeiden dat zij de grot moesten doorzoeken, omdat de voetsporen tot daar liepen en daar ophielden. Anderen zeiden echter: “Hoe kan een mens hier naar binnen zijn gegaan? Er is een spinnenweb gespannen en een duif heeft hier eieren gelegd.”

Deze gesprekken waren van binnenuit de grot duidelijk hoorbaar. De Heilige Profeet (vzmh), hoorde hen alles zeer duidelijk.

De vijanden waren gekomen met de bedoeling een einde aan alles te maken en naderden als razenden. Maar aanschouw de buitengewone moed van de Heilige Profeet (sa): terwijl de vijand zich letterlijk boven hun hoofd bevond, zei hij tegen zijn oprechte en trouwe metgezel, Hazrat Abu Bakr Siddiq (ra):

لَا تَحْزَنْ اِنَّ اللّٰہَ مَعَنَا

“Treurt niet. Voorwaar, Allah is met ons.”

Deze woorden tonen heel duidelijk aan dat de Heilige Profeet (sa) ze daadwerkelijk met zijn stem uitsprak, want voor deze woorden was een hoorbare stem nodig; een gebaar zou niet hebben volstaan. Buiten waren de vijanden aan het overleggen, terwijl binnen in de grot de dienaar en zijn meester met elkaar spraken. Er werd geen enkele zorg besteed aan de mogelijkheid dat de vijanden hun stemmen zouden kunnen horen.

Dit vormt het bewijs van een volmaakt geloof in en een diepgaande kennis van Allah de Verhevene. Er bestond volledig vertrouwen in de beloften van Allah de Verhevene.