KJ-Summary-NL-20260828 KJ-Summary-FR-20260828
KJ-Summary-UR-20260828 KJ-Summary-BN-20260828
Samenvatting vrijdagpreek 28 Augustus 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Huzoor-e-Anwar (aba) zei:
De inspanningen die de Beloofde Messias (as) heeft verricht om de vlag van de Heilige Profeet (vzmh) over de gehele wereld te verheffen, zijn duidelijk zichtbaar.
Zo verklaarde de Beloofde Messias (as) op 4 oktober 1899 in een aankondiging:
“Het is de gewoonte van Allah de Verhevene dat iedere gemeenschap van godvrezende mensen in haar beginstadium behoefte heeft aan financiële bijdragen. Ook onze Heilige Profeet (vzmh) heeft bij verschillende gelegenheden zijn metgezellen tot het doen van financiële bijdragen opgeroepen, waarbij Hazrat Abu Bakr (ra) hierin het voortouw nam. Daarom dient men met mannelijke moed onverwijld stappen te ondernemen om hulp te bieden. Laat ieder naar zijn vermogen bijdragen aan deze langar-khana. Ik wens, indien mogelijk, een zodanige regeling dat wij bevrijd zijn van de zorgen rondom de langar-khana en ons ongestoord aan ons werk kunnen wijden, zonder dat onze tijd wordt belemmerd, terwijl zij ons helpen. Uiteindelijk zullen zij de hulp van Allah aanschouwen.
Ik kan niet nalaten te schrijven dat op het gebied van deze ondersteuning en opoffering onze oprechte en toegewijde geliefde in Allah, Maulvi Hakim Nuruddin (ra) de eerste plaats inneemt. Hij heeft niet alleen financiële steun verleend, maar heeft ook alle wereldse betrekkingen achter zich gelaten, het gewaad van een derwisj aangetrokken en, na uit zijn vaderland te zijn geëmigreerd, zich in Qadian gevestigd om daar tot aan zijn sterfdag te blijven. Hij is te allen tijde beschikbaar. Als ik dat zou wensen, zou hij naar het oosten gaan of naar het westen.
Naar mijn mening behoren dit tot de mensen op wie de openbaring in Barahin-e-Ahmadiyya betrekking heeft:
‘De Metgezellen van de Suffa — en wat weet u wat de Metgezellen van de Suffa zijn?’
Na de genoemde geëerde persoon neemt mijn geliefde in Allah, Maulvi Abdul Karim Sialkoti (ra), de tweede plaats in. God de Verhevene had hem reeds niet de aard gegeven die overeenkomt met wereldse ambten en het streven naar aanzien. Nu heeft hij ook volledig afstand gedaan van wereldse gedachten en zit hij aan deze deur, waarbij hij dag en nacht zijn verstand tot het uiterste inspant ten dienste van het geloof. Tijdens het vrijdaggebed verkondigt hij vele waarheden en inzichten uit de Heilige Koran en brengt hij daarmee de moslims voordeel.
Ook is er Hakim Fazal Din (ra), een stadsgenoot van Maulvi Hakim Nuruddin (ra). Ook hij verblijft ongeveer op deze plaats en is bezig met verschillende diensten.”
Daarna noemde hij eveneens Dr. Boore Khan, Khalifa Rashiduddin Lahori, Dr. Mirza Yaqub Baig Kalanori, Dr. Muhammad Ismail, Dr. Abdul Hakim Khan, Mirza Khuda Bakhsh en Sahibzada Siraj-ul-Haq, evenals Seth Abdul Rahman.
Hij verklaarde dat Seth Sahib iedere maand zonder onderbreking honderd roepies stuurde en bij verschillende gelegenheden bedragen tot wel vijfhonderd roepies had geschonken. Op dezelfde wijze noemde hij zijn geliefde in Allah, Sheikh Rahmatullah, een koopman uit Lahore, die aanzienlijke bedragen had geschonken voor rechtszaken. Vervolgens noemde hij ook Nawab Muhammad Ali Khan.
De Beloofde Messias (as) was zelfs degenen die slechts een bescheiden dienst verrichtten zeer dankbaar.
In de wijk waar Khwaja Kamaluddin woonde, was er een man die falooda verkocht. Eens sprak deze man de wens uit om de Beloofde Messias (as) falooda aan te bieden. Toen de Beloofde Messias (as) bij hun woning op bezoek kwam, werd de man met zijn toestemming geroepen. Hij bereidde falooda en bood deze aan de Beloofde Messias (as) aan. Hij zei: “Het is zeer goed.” Vervolgens stuurde de man ook tien à twintig kommetjes falooda voor de vrienden.
De Beloofde Messias (as) stuurde hem twee roepies, maar de man weigerde het geld aan te nemen. Hij zei: “Het geld interesseert mij niet; breng mij naar de Beloofde Messias (as).” Daarop ging hij naar hem toe. De Beloofde Messias (as) bad voor hem en zei: “Moge Allah u belonen.”
Een van de metgezellen vertelt:
“Ik aanvaardde de Ahmadiyya en hield dit voor mijn familie verborgen. Na enige tijd kwam het aan het licht. Mijn vader wees mij ronduit de deur en zei: ‘Je bent Ahmadi geworden.’ Ik opende vervolgens een winkel. Ik was kleermaker van beroep. In mijn hart ontstond een sterk verlangen om voor de Beloofde Messias (as) kledingstuk te maken.
Daarom maakte ik een kurta en een shalwar en vervaardigde ik ook een jas. Met geld dat ik van iemand had geleend voor de reis naar Qadian, bereikte ik de stad. Het was vrijdag. Mijn wens was om het geschenk nog diezelfde dag aan de Beloofde Messias (as) aan te bieden, zodat hij het tijdens het vrijdaggebed zou kunnen dragen.
Ik ontmoette Qazi Ziauddin op zijn winkel. Ik vertelde hem hierover en hij bracht mij naar de Beloofde Messias (as). Hij zat op een verhoging en was iets aan het schrijven. Vlakbij zat Khwaja Kamaluddin op een mat. Ook wij gingen zitten.
Khwaja Sahib vroeg ons: ‘Zal ik uw bedoeling kenbaar maken?’ Vervolgens bood Khwaja Sahib de kleding aan de Beloofde Messias (as) aan en zei: ‘De jongen wenst dat de Beloofde Messias (as) deze kleding draagt tijdens het vrijdaggebed.’
Hazrat Sahib (as) trok het kledingstuk onmiddellijk aan. De jas was enigszins te nauw. Ik nam hem mee naar de markt om hem te laten aanpassen. Toen ik ermee terugkwam, trok de Beloofde Messias (as) de jas opnieuw aan, maar ook toen zat hij nog te strak. De knopen konden niet dicht. Toch deed hij, uit vriendelijkheid en om mij een plezier te doen, met enige moeite de knopen dicht.”
In een brief aan de Ahmadiyya-gemeenschap schreef de Beloofde Messias (as):
“Vrede zij met u, evenals de genade en zegeningen van Allah.
Allereerst welt in mijn hart dankbaarheid jegens Allah de Verhevene op, Die mijn gemeenschap ware toewijding, liefde en medeleven heeft geschonken. Als de genade van Allah de Verhevene niet met hen was geweest, zouden zij nooit in staat zijn gesteld om de metgezellen, moge Allah tevreden met hen zijn, zo nauwgezet na te volgen in gehoorzaamheid, dat zij ondanks hun financiële moeilijkheden en geringe inkomsten zich boven hun vermogen inzetten voor financiële diensten.
Ik bid dat Allah de Verhevene zegen legt in het bezit van hen allen en dat de steun en hulp die zij verlenen ter verwezenlijking van religieuze doeleinden, door Allah de Verhevene tot een middel voor hun welzijn in beide werelden wordt gemaakt. Amin, en nogmaals amin.”
Bij een andere gelegenheid zei hij:
“De dankbaarheid voor de gunst die Allah de Verhevene iemand heeft geschonken, bestaat hierin dat men goed doet aan en vriendelijk omgaat met Zijn schepselen, niet hoogmoedig wordt vanwege deze door God geschonken gunst en de armen niet als wilden vertrapt.”
Hiermee wees hij erop dat men aandacht dient te hebben voor het helpen van anderen.
Allah de Verhevene bracht de Beloofde Messias (as) ook vooraf op de hoogte van bepaalde zaken met betrekking tot de omstandigheden van mensen. Soms duurde het, vanwege de wijsheid van Allah de Verhevene, enige tijd voordat deze zaken tot vervulling kwamen. In dergelijke omstandigheden wijdde hij zich intensief aan het gebed. Wanneer de betreffende zaak vervolgens werd vervuld, wierp hij zich uitermate dankbaar voor Allah de Verhevene ter aarde in aanbidding.
De Beloofde Messias (as) zegt:
“Er is geen volk waarin mijn tekenen niet zijn verschenen en er is geen sekte die geen getuige is geweest van mijn tekenen. Zelfs als men zegt dat er honderd miljoen getuigen van deze tekenen zijn, zou dat geen overdrijving zijn.
Toch wekt de toestand van de tegenstanders verdriet op, omdat zij er geen voordeel uit hebben getrokken. Als de tekenen die aan hen zijn getoond, ten tijde van Jezus, zoon van Maria (as) de Joden waren getoond, dan zouden zij niet zijn getroffen door de woorden: ‘Vernedering en ellende werden hun opgelegd.’ En als het volk van Lot (as) getuige was geweest van dergelijke tekenen, dan zou het niet door een zware aardbeving onder de aarde zijn bedolven.
Maar helaas voor die harten: zij bleken nog harder te zijn dan steen en hun harten werden op iedere mogelijke wijze steeds duisterder.”
Moge Allah de Verhevene ons, naast een waarachtig begrip van dankbaarheid, ook het ware licht, inzicht en de ware kennis schenken door het afleggen van de eed van trouw aan de oprechte dienaar van de Heilige Profeet Mohammed (vzmh). Amin.
