Meer dan 668.000 zielen treden toe tot Ahmadiyya Moslim Gemeenschap

8 augustus2019

PERSMEDEDELING

Meer dan 668.000 zielen treden toe tot Ahmadiyya Moslim Gemeenschap


53e Jalsa Salana VK sluit af met inspirerende toespraak van Hazrat Mirza Masroor Ahmad

De Internationale Leider van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, de Vijfde Khalifa (Kalief), Zijne Heiligheid, Hazrat Mirza Masroor Ahmad heeft de 53eJaarlijkse Bijeenkomst (Jalsa Salana) van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap in het VK op 4 augustus 2019 afgesloten met een inspirerende slottoespraak.

Meer dan 39.800 mensen uit 115 landen woonden de Jalsa Salana bij, die plaatsvond inHadeeqatul Mahdi in Alton in Hampshire.

Naast de vele duizenden Ahmadi Moslims die deelnamen aan de bijeenkomst, woonden ook veel niet-Ahmadi en niet-Moslim genodigden de bijeenkomst bij. Het hele evenement werd verder ook live uitgezonden op MTA Internationalen online gestreamd.

Een hoogtepunt van de driedaagse Jalsa Salana was de eedaflegging, gekend als Bai’at, die zondagnamiddag plaatsvond, en waarbij de deelnemers trouw zweren aan Hazrat Mirza Masroor Ahmad als deVijfde Khalifa (Kalief) van de Beloofde Messias (vrede zij met hem).

De deelnemers vormden een menselijke ketting die naar de Khalifa leidde terwijl zij in koor de gelofte woord voor woord herhaalden.

Voor het aanvatten van de ceremonie kondigde Zijne Heiligheid aan dat meer dan 668.500 zielen van over de hele wereld waren toegetreden tot de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap gedurende het afgelopen jaar.

Zijne Heiligheid kondigde verder aan dat de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap nu gevestigd was in 213 landen. Dit jaar sloeg de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap erin om zich voor het eerst in Armenië te vestigen.

Tijdens zijn toespraak sprak Zijne Heiligheid over hoe deIslam in het bijzonder, en religie in het algemeen, tegenwoordig sterk bekritiseerd werd in moderne samenleving. Vanuit deze context verdedigde Zijne Heiligheid de islamitische leer op krachtige wijze en benadrukte de superioriteit van de Islam in vergelijking met andere sociale systemen en sprak over de leer van de Heilige Koran inzage het verdedigen van de mensenrechten van alle mensen.

Zijne Heiligheid zei dat er regelmatig wordt beweerd dat religie oubollig is niet compatibel met de moderne wereld, en daarom dient religieus onderricht aangepast te worden om te voldoen aan de behoeften van dit nieuwe tijdperk.

Zijne Heiligheid zei dat, terwijl sommige andere religies aan het overwegen zijn of hun religieus onderricht aangepast dient te worden aan de moderne tijd, de islamitische leer tijdloos en universeel is en de Heilige Koran het meest alomvattende boek is dat volstaat voor alle tijden en alle plaatsen en dat altijd zal blijven.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Wij geloven stellig dat de Heilige Koran het boek van Allah de Almachtige is, en Hij heeft beloofd het veilig te stellen. Andere religies beschikken niet langer over hun originele leer, maar de leer van de Heilige Koran daarentegen is onveranderd gebleven gedurende 1400 jaar en zal dat blijven tot de Laatste Dag. De leer van de Heilige Koran is eeuwigdurend en geldt voor de mensen van alle tijdperken.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vervolgde:

“Door de Beloofde Messias (vrede zij met hem) te sturen, heeft Allah de Almachtige de leer van de Heilige Koran in deze tijd verder veilig gesteld. De Beloofde Messias (vrede zij met hem) ging nog dieper in op de leer van de Heilige Koran en onthulde zo diens verborgen schatten. Hij demonstreerde dat de Heilige Koran iets te bieden heeft voor de behoefte van alle aspecten van menselijke interactie; van sociale relaties tussen individuen en gemeenschappen tot internationale betrekkingen tussen wereldmachten. Het verduidelijkt verder spiritualiteit en tegelijkertijd onthult het grootse academische en wetenschappelijke waarheden. Het verduidelijkt uitvoerig de rechten van God en de rechten van Gods creatie. Daarom is het niet nodig om aangeslagen te zijn over de aantijgingen van critici en mogen we ons nooit enig complex aanmeten inzage de Heilige Koran.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad stelde verder:

“De Heilige Koran voorziet in zelfs de meest schijnbaar onbelangrijke behoeften van menselijke wezens. De Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) hebben onze rechten voor ons tot stand gebracht en dit zijn de rechten die vrede kunnen verzekeren in alle lagen van de samenleving.”

Zijne Heiligheid haalde verder de rechten en plichten aan, zoals die worden uitgelegd in de Heilige Koran, die vervuld dienen te worden door de volgelingen ervan, waaronder de rechten ten aanzien van ouders, ouderen, kinderen, buren, echtgenoten/echtgenotes en alle creaties van God.

Zijne Heiligheid illustreerde het alomvattendekarakter van de Heilige Koran door een vers eruit in detailuiteen te zetten. Hoofdstuk 4 vers 37van de Heilige Koran spreekt in detail over de rechten zoals die tot stand werden gebracht door God de Almachtige.

Het bovenvermelde vers van de Heilige Koran stelt:

“En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur, die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief.”

Zijne Heiligheid vermeldde verder dat mensen positieve en geen negatieve gedachten dienen te koesteren over anderen. Door dit te doen zullen zij liefde, eenheid en een sterke onderlinge band tot stand brengen.

 

Zijne Heiligheid liet zich ontvallen dat, jammer genoeg, het alsmaar meer voorkwam dat mensen er niet in slagen om affectie en elementaire menselijke sympathie te tonen in de materialistische wereld van vandaag de dag. Als iemand honger lijdt, geven zij er niet om, of als iemand met financiële problemen kampt, spenderen zij niet uit hun eigen weelde om de tekortkomingen van een ander op te lossen.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vermeldde dat, terwijl niet-religieuzen aantijgingen maken tegen religie en de Islam in het bijzonder, een recent onderzoek heeft aangetoond hoe liefdadigheid veelal geschonken wordt door religieuze mensen en Moslims behoren tot degenen die de meeste liefdadigheid schenken.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Wanneer iemand voor Allah werkt en de zwakkere, minder bevoordeelde broeders helpt, neemt zijn geloof toe. De Beloofde Messias (vrede zij met hem) zei dat als een mananderen niet helpt, hij gaandeweg zoals beesten wordt in zijn moraal, namelijk dat hij niets geeft om anderen. De Beloofde Messias (vrede zij met hem) zei, ‘De menselijkheid van een persoon vraagt van hem, en hij is slechts een mens, of hij vriendelijk is jegens de hele mensheid zonder discriminatie.’ De Beloofde Messias (vrede zij met hem) zei ook, ‘beperkt nooit, onder welke omstandigheden ook, de cirkel van uw vriendelijkheid.’”

Zijne Heiligheid verduidelijkte verder nog verzen uit de Heilige Koran die uiteenzetten hoe de Islam van haar volgelingen vereist dat zij de rechten van alle lagen van de samenleving nakomen.

Inzage de rechten ten aanzien van zijn ouders, haalde Hazrat Mirza Masroor Ahmad hoofdstuk 17 vers 24 van de Heilige Koran aan, waarin Moslims bevolen worden om absolute vriendelijkheid te tonen en hen zelfs de volgende instructies geeft:

“zeg dan nimmer “Foei” noch stoot hen af, doch spreek tot hen een welgevallig woord.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei verder nog:

“Zij die vandaag de dag beweren voorstanders te zijn van mensenrechten creëren in feite grotere afstanden tussen ouders en hun kinderen. Indien ouders hun kinderen waarschuwen of trachten om hun moraal te corrigeren, dagen bepaalde organisaties op die ingaan tegen de ouders en hen beginnen ondervragen. Mensen worden hierdoor geïrriteerd en beginnen zich hiertegen te verzetten.”

Zijne Heiligheid benadrukte dat de Heilige Koran een alomvattend boek is en stelde dat de Heilige Koran en de Profeet van de Islam (vrede en zegeningen zij met hem) niet gestopt waren bij de rechten van ouders, maar daarentegen ook de rechten van het kind hadden uitgewerkt.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“De Heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) bevel de gelovigen om hun kinderen te respecteren en om hen een goede opvoeding te geven. Hij zei ook dat het beste geschenk dateen vader zijn kinderen kan geven een goede opvoeding is.”

Hazrat Mirza Masroor Ahmad vervolgde:

“De Heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) eerde zelfs de rechten van het kind van één van zijn meest geduchte vijanden. De Heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem)bestrafte op strenge wijze een leger dat kinderen had aangevallen… Vandaag de dag echter zijn er overheden die beweren dat de Islam wreed en onrechtvaardig is, maar die ouders van hun kinderen scheiden op de meest onmenselijke manier en hun eigen acties alsnog rechtvaardig en moreel beschouwen.”

Zijne Heiligheid ging dan verder in op de islamitische leer inzage echtzaken en verklaarde dat de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) de rechten van vrouwen zoveel benadrukte dat hij zei,

‘de besteonder jullie is hij die zich het beste gedraagt ten opzichte van zijn vrouw en ik gedraag mij het beste ten opzichte van mijn vrouw.’

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“Diegenen die praten over mensenrechten in de ontwikkelde wereldvervullen vaak niet eens de rechten van hun eigen vrouwen en gedragen zich onrechtvaardig ten opzichte van hen. Er bestaat een wijdverspreid probleem van buitenechtelijke relaties en het aantal scheidingen in de ontwikkelde wereld ligt enorm hoog.”

Zijne Heiligheid verwoordde de rechten van de Heilige Koran zoals verduidelijkt voor broers en zussen en verwanten en voor de mensheid in het algemeen.

Hazrat Mirza Masroor Ahmad zei:

“De Heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) beval de Moslims tegen het koesteren van vooroordelen of haat onderling en zei dat het onwettig is voor een gelovige om niet langer met een andere gelovige te spreken gedurende meer dan drie dagen.”

Zijne Heiligheid vestigde de aandacht van de aanwezigen op de rechten van weduwen, de ouderen, werknemers en vele anderen, waarvan iedereen zijn of haar rechten ondersteund en tot in detail en complexiteit verduidelijkt zag door de Islam.

Zijne Heiligheid benadrukte dat hij slechts een klein aantal van de rechten vervat in de Heilige Koran kon vermelden en dat er nog ontelbaar veel meer zijn die niet aan bod konden komen in deze korte tijd.

Tijdens het programma van de Jalsa Salana gaf Zijne Heiligheid vijf toespraken, waaronder een jaarlijks rapport van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

Verscheidene andere lezingen en speeches werden gegeven tijdens de drie dagen. Daarnaast vonden verscheidene tentoonstellingen plaats, waaronder ‘Islam in de Media’, de ‘Lijkwade van Turijn’ en een tentoonstelling over dehistorischebrieven van de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) die naar wereldleiders gestuurd werden.

De Jalsa Salana werd afgesloten met een stil gebed onder leiding van Hazrat Mirza Masroor Ahmad.

 

Einde