KJ-Summary-NL-20260612 KJ-Summary-FR-20260612
KJ-Summary-UR-20260612 KJ-Summary-BN-20260612
Samenvatting vrijdagpreek 12 Juni 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Huzoor-e-Anwar (aba) verklaarde:
Het eerste vers dat ik heb voorgelezen, is afkomstig uit Soera Al-Baqarah. De vertaling luidt:
“Degenen die hun bezit dag en nacht, in het geheim en openlijk, op de weg van Allah besteden, voor hen is hun beloning bij hun Heer gewaarborgd. Zij zullen geen vrees kennen en niet bedroefd zijn.”
Het tweede vers is afkomstig uit Soera Adh-Dhariyat, waarin Allah de Almachtige zegt:
“En in hun bezittingen hadden zowel degenen die vroegen als degenen die niet konden vragen een recht.”
Huzoor-e-Anwar (aba) verklaarde verder dat hij vandaag enkele overleveringen zou bespreken met betrekking tot het voorbeeld van vrijgevigheid van de Heilige Profeet (sa). Uit deze overleveringen blijkt duidelijk hoe hij zelf handelde en hoe hij de gelovigen herhaaldelijk op dit onderwerp heeft gewezen.
In de Heilige Koran heeft Allah de Almachtige veel nadruk gelegd op het vervullen van de behoeften van de behoeftigen. Ook de Heilige Profeet (sa) heeft hieraan grote aandacht besteed, niet alleen door zijn uitspraken, maar ook door zijn persoonlijke voorbeeld.
Hazrat Anas (ra) verhaalt dat de Heilige Profeet (sa) vaak de volgende smeekbede uitsprak:
“O Allah, ik zoek Uw bescherming tegen gierigheid, luiheid, een ellendige ouderdom, de bestraffing van het graf en de beproevingen van het leven en de dood.”
In dezelfde context wordt ook de volgende smeekbede vermeld:
“O Allah, ik zoek Uw bescherming tegen zorgen en verdriet, tegen machteloosheid en luiheid, tegen lafheid en gierigheid, tegen een zware schuldenlast en tegen de overheersing door mensen.”
Met betrekking tot het besteden van rijkdom op de weg van Allah gaf de Heilige Profeet (sa) de volgende raad:
“Houd de opening van uw beurs niet gesloten, anders zal ook voor u worden ingehouden.”
Hij zei verder:
“Wees niet iemand die alles nauwkeurig afmeet, want dan zal Allah ook aan u met mate geven.”
Bij een andere gelegenheid gaf hij de volgende vermaning:
“O zoon van Adam, het uitgeven van wat boven jouw behoeften uitstijgt is beter voor jou. Het achterhouden ervan is slecht voor jou. Het bewaren van wat noodzakelijk is, wordt je niet kwalijk genomen. Begin echter met degenen voor wier onderhoud jij verantwoordelijk bent. De gevende hand is beter dan de ontvangende hand.”
Op een keer bezocht de Heilige Profeet (sa) Hazrat Bilal (ra). Bij hem lag een hoop dadels opgeslagen, die hij had bewaard voor de Heilige Profeet (sa) en zijn gasten. De Heilige Profeet (sa) richtte zich tot Hazrat Bilal (ra) en zei:
“Vrees je niet dat deze voorraad door het vuur van de hel zal worden omringd?”
Vervolgens zei hij:
“O Bilal, blijf uitgeven. Vrees geen armoede zolang de Heer van de Troon bestaat.”
De eigenschap van vrijgevigheid was reeds vóór zijn profeetschap in hem aanwezig. Daarvan getuigt de verklaring van Hazrat Khadijah (ra) tijdens de eerste openbaring. Zij zei:
“U hoeft niet bang te zijn. Bij Allah, Allah zal u nooit vernederen. U onderhoudt de familiebanden, draagt de lasten van de zwakken, verricht goede daden die zeldzaam zijn geworden, toont gastvrijheid en helpt mensen in werkelijke nood.”
De Heilige Profeet (sa) zei:
“Twee eigenschappen kunnen niet aanwezig zijn in een ware gelovige: gierigheid en slecht gedrag.”
Verder zei hij:
“Vermijd onrechtvaardigheid en wees op uw hoede voor gierigheid en hebzucht. Waarlijk, gierigheid heeft degenen vóór jullie vernietigd.”
Ook verklaarde hij:
“Hebzucht, gierigheid en geloof kunnen niet tegelijkertijd in het hart van een dienaar aanwezig zijn.”
De Heilige Profeet (sa) bewaarde niets voor de volgende dag. Eens leidde hij het middaggebed (Asr) en ging daarna snel naar huis. Kort daarna kwam hij weer naar buiten. Toen hem werd gevraagd waarom hij zo snel was vertrokken, antwoordde hij:
“Ik had thuis een goudstuk achtergelaten dat bestemd was voor liefdadigheid. Ik vond het niet goed dat dit de nacht bij mij zou doorbrengen, daarom heb ik het onmiddellijk verdeeld.”
Hazrat Umm Salamah (ra) verhaalt:
“Op een dag kwam de Heilige Profeet (sa) bij mij binnen, terwijl de kleur van zijn gezicht veranderd was. Ik dacht dat hij misschien pijn had of zich niet goed voelde. Daarom vroeg ik:
‘O Boodschapper van Allah (sa), uw gelaatskleur lijkt veranderd. Is dit vanwege een lichamelijke kwaal?’
Hij antwoordde:
‘Nee. Het komt door zeven dinar die gisterenavond bij ons zijn gekomen. De nacht is voorbijgegaan zonder dat wij ze hebben uitgegeven. Ik had ze in een hoek van het bed vergeten. Toen ik mij dit herinnerde, voelde ik daarover grote onrust.’”
De Beloofde Messias (as) verklaarde:
“De toestand van de Heilige Profeet (sa) was zodanig dat alles wat hij bezat, hij vrijgevig weggaf.”
Eens ontving hij zeventigduizend dirham. Dit geld werd op een mat gelegd. Hij stond op om het onder de mensen te verdelen. Er kwam geen enkele behoeftige die hij met lege handen terugstuurde, totdat het volledige bedrag was uitgedeeld.
