KJ-Summary-NL-20260605 KJ-Summary-FR-20260605
KJ-Summary-UR-20260605 KJ-Summary-BN-20260605
Samenvatting vrijdagpreek 5 Juni 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat hij in de vorige preek enkele gebeurtenissen en raadgevingen had besproken die betrekking hadden op de nederigheid en bescheidenheid van de Beloofde Messias (as).
Vandaag zou hij in hetzelfde verband nog enkele voorvallen bespreken.
Hazrat Sheikh Muhammad Ismaïl (ra) vertelt dat de Beloofde Messias (as) een uitzonderlijk nobel karakter bezat. Zelfs de inwoners van Qadian die voortdurend tegen hem gekant waren en geen gelegenheid voorbij lieten gaan om hem tegen te werken, werden steeds vriendelijk ontvangen wanneer zij bij hem aanklopten. Hij kwam dan vaak blootsvoets naar buiten, beantwoordde hun groet, informeerde naar hun welzijn en dat van hun gezin, en vroeg waarmee hij hen van dienst kon zijn. Wanneer zij een behoefte kenbaar maakten, vroeg hij hoeveel hulp zij nodig hadden en gaf hij hun vaak meer dan zij hadden gevraagd.
Hazrat Maulvi Sher Ali (ra) vertelde eens dat Miran Bakhsh Soedai een verward persoon was. Op een dag riep hij de Beloofde Messias (as) op een onbeleefde manier toe toen de Beloofde Messias (as) uit de Grote Moskee kwam, en vroeg om geld. De Beloofde Messias (as) haalde vier of acht anna uit zijn zakdoek en gaf die aan hem, waarna de man tevreden vertrok.
Master Nazir Hussain Sahib vertelt dat wanneer hij samen met zijn vader naar Qadian kwam en de Beloofde Messias (as) werd geïnformeerd dat Hakim Marham Isa Sahib was aangekomen, hij altijd zag dat de Beloofde Messias (as) onmiddellijk naar hen toe kwam en persoonlijk iets te eten aanbood. Hij ontmoette zijn gasten met zo’n eenvoud dat men hem soms nog met een pen in de hand zag verschijnen, of zelfs blootsvoets, precies zoals hij zich binnenshuis bevond.
Hazrat Mufti Muhammad Sadiq (ra) vertelt dat hij eens op zoek was naar water voor de wassing en daarom een deur binnenging die naar de privévertrekken leidde. Toevallig kwam de Beloofde Messias (as) naar buiten. Toen hij hem zag staan, vroeg hij of hij water nodig had. Na een bevestigend antwoord nam hij de waterkan uit zijn handen en zei: “Ik zal het voor u halen.” Vervolgens bracht hij zelf water voor hem.
Hazrat Maulvi Abdul Karim Sialkoti (ra) vertelt dat dit waarschijnlijk in juni 1896 gebeurde, kort nadat een nieuw gebouw was voltooid. Tijdens een warme middag lag hij te rusten op een charpai (traditioneel gevlochten touwbed) terwijl de Beloofde Messias (as) rondwandelde. Toen hij wakker werd, zag hij dat de Beloofde Messias (as) onder de charpai lag. Uit eerbied en onthutsing stond hij meteen op. De Beloofde Messias (as) vroeg waarom hij opstond. Hij antwoordde dat het ongepast was dat hij boven lag terwijl de Beloofde Messias (as) onder hem lag. Glimlachend antwoordde de Beloofde Messias (as): “Ik hield de wacht over u. De kinderen maakten lawaai en ik hield hen stil zodat uw rust niet verstoord zou worden.”
De Beloofde Messias (as) zei eens:
“Wanneer iemand pijn lijdt en ik hoor zijn stem terwijl ik in gebed ben, dan verlang ik ernaar om zelfs mijn gebed te onderbreken als ik hem daarmee kan helpen. Het is in strijd met goed gedrag om een broeder niet bij te staan in zijn moeilijkheden en zorgen. Als je niets anders kunt doen, bid dan ten minste voor hem. Niet alleen voor je eigen mensen, maar zelfs tegenover vreemden en hindoes moet je een voorbeeld van medeleven tonen. Men mag nooit onverschillig zijn.”
Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) vertelt:
“Wanneer de Beloofde Messias (as) iemand ontmoette, deed hij dat altijd met een glimlach, waardoor alle zorgen van die persoon verdwenen. Iedere Ahmadi voelde dat alle verdriet van zijn hart werd weggenomen wanneer hij zich in zijn gezelschap bevond. Hij luisterde aandachtig naar zelfs de eenvoudigste persoon en gaf met liefde antwoord. Iedereen had het gevoel dat de Beloofde Messias (as) juist van hem het meest hield.”
Eens kwam een man die veel bewondering had voor asceten en geestelijke leiders naar de moskee. Toen hij zag dat mensen vrijuit met de Beloofde Messias (as) spraken, was hij verbaasd. Hij zei dat er in deze moskee geen eerbied was, omdat mensen zo onbevangen met hem spraken. De Beloofde Messias (as) antwoordde:
“Het is niet mijn manier om streng en angstaanjagend te zitten zodat mensen voor mij vrezen zoals men voor een roofdier vreest. Ik heb een diepe afkeer van afgoderij. Ik ben gekomen om afgoderij te bestrijden, niet om zelf een afgod te worden die door mensen wordt vereerd. Allah weet het best dat ik mezelf geen moment boven anderen plaats. Naar mijn mening is er niemand die meer op een afgodendienaar lijkt dan een hoogmoedig mens. Een hoogmoedig persoon aanbidt geen God; hij aanbidt zichzelf.”
De Beloofde Messias (as) verklaarde verder:
“Voor de godvrezenden geldt als voorwaarde dat zij hun leven in eenvoud en nederigheid doorbrengen. Dit is een tak van godsvrucht waarmee men ongeoorloofde woede kan bestrijden. Voor de grootste heiligen en waarachtigen is het vermijden van woede uiteindelijk een van de moeilijkste beproevingen. Trots en zelfingenomenheid ontstaan uit woede, terwijl woede op haar beurt vaak voortkomt uit trots en zelfverheffing. Woede ontstaat wanneer iemand zichzelf boven een ander stelt. Ik wens niet dat leden van mijn gemeenschap elkaar als hoger of lager beschouwen, op elkaar neerkijken of zich boven elkaar verheven voelen. Alleen God weet wie werkelijk groot of klein is. Minachting voor anderen is gevaarlijk; zij kan groeien als een zaadje en uiteindelijk iemands ondergang veroorzaken. Sommigen tonen groot respect aan aanzienlijke personen, maar werkelijk groot is degene die met nederigheid luistert naar de eenvoudige mens, hem troost en zijn woorden waardeert. Men mag nooit kwetsende woorden spreken die pijn veroorzaken. Allah de Almachtige zegt:
‘En belaster elkaar niet, noch noem elkaar bij scheldnamen. Kwaad is (het geven van) een slechte naam na de aanvaarding van het geloof. En zij die geen berouw tonen, zijn de onrechtvaardigen.’ (Soera al Hoedjoerat 49:12) Noem elkaar daarom niet bij beledigende namen. Dit is het gedrag van zondaars. Wie een ander bespot, zal niet sterven voordat hij zelf met iets soortgelijks wordt beproefd.
Beschouw uw broeders niet als minderwaardig. Wanneer allen uit dezelfde bron drinken, wie weet dan wie uiteindelijk meer ontvangt? Eer en waardigheid worden niet bepaald door wereldse maatstaven. In de ogen van Allah is de grootste degene die het meest godvrezend is.
Aan het einde van de preek bad Huzoor-e-Anwar (aba) dat Allah de Almachtige ons in staat moge stellen ware nederigheid en bescheidenheid te ontwikkelen, en dat wij door onze verbondenheid met de Beloofde Messias (as) de ware leer van de islam in praktijk mogen brengen en daaraan volledig recht mogen doen.
