KJ-Summary-NL-20260710 KJ-Summary-FR-20260710
KJ-Summary-UR-20260710 KJ-Summary-BN-20260710
Samenvatting vrijdagpreek 10 Juli 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Huzoor-e-Anwar (aba) vertelde verschillende gebeurtenissen die de barmhartigheid, vrijgevigheid en edelmoedigheid van de Beloofde Messias (as) illustreren.
Hazrat Sheikh Yaqub Ali Irfani (ra) schrijft in zijn beschrijving van het leven van de Beloofde Messias (as) dat diens vrijgevigheid zich ook uitte in zijn bereidheid om voor anderen te bemiddelen. Soms kwam iemand met een verzoek dat hij zelf niet kon inwilligen, omdat de beslissing bij anderen lag. In zulke gevallen schreef hij aanbevelingsbrieven of bemiddelde hij ten behoeve van de verzoeker, zelfs bij personen aan wie hij voor zijn eigen persoonlijke belangen nooit iets vroeg. Hij zette zich dus in voor de belangen van anderen, zonder ooit zijn eigen belangen voorop te stellen.
Mirza Imam-ud-Din was een uitgesproken tegenstander van de Jama’at en koesterde vijandigheid jegens de familie van de Beloofde Messias (as). Toch liet de Beloofde Messias (as) zich in wereldse aangelegenheden nooit door die vijandigheid leiden. Hij behandelde hem steeds op dezelfde rechtvaardige en welwillende wijze. Mirza Imam-ud-Din ontving herhaaldelijk financiële steun van hem, maar bleef ondanks deze gunsten zijn tegenstand voortzetten.
Ook de familie van Mirza Muhammad Beg, zoon van Mirza Ahmad Beg, onderhield geen goede betrekkingen met de Beloofde Messias (as). De familie van Ahmad Beg stond bekend om haar vijandigheid jegens de Jama’at en haar gebrek aan religieuze toewijding. Toen Mirza Muhammad Beg een functie in Jammu wilde verkrijgen, vroeg hij de Beloofde Messias (as) om een aanbevelingsbrief aan Hazrat Hakim-ul-Ummat (ra). Zonder aarzeling schreef hij de brief en vermeldde daarin dat, hoewel de vader van de verzoeker hem vijandig gezind was, het beter was vriendelijkheid met vriendelijkheid te beantwoorden en zo de goddelijke richtlijn “Vergeld het kwade met datgene wat beter is” in praktijk te brengen. Hij verzocht daarom zijn bemiddeling om Mirza Muhammad Beg aan een functie bij de politie te helpen.
Hazrat Sheikh Yaqub Ali Irfani (ra) vermeldt eveneens het geval van Nihal Chand, een brahmaan uit Qadian. In zijn jeugd stond hij bekend als een twistzoeker die de familie van de Beloofde Messias (as) vaak lastigviel. Op latere leeftijd raakte hij echter in grote financiële nood en kon hij soms niet eens in zijn dagelijkse levensonderhoud voorzien. Op een dag bezocht hij de Beloofde Messias (as), vertelde zijn situatie en ontving onmiddellijk 25 roepies. Daarbij zei de Beloofde Messias (as): “Wanneer je opnieuw hulp nodig hebt, laat het mij weten.” Daarna kwam hij om de één à twee maanden terug en kreeg telkens een passend bedrag. Eens leende hij ook geld van Hazrat Khalifatul Masih I (ra). Toen deze om terugbetaling vroeg, antwoordde Nihal Chand dat de Beloofde Messias (as) hem altijd geld gaf en nooit om terugbetaling vroeg. Daarop zag Hazrat Khalifatul Masih I eveneens af van verdere terugvordering.
Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) citeert een opmerking van dominee Walter M.A., secretaris van de YMCA, die in zijn boek over de Beloofde Messias (as) schreef:
“Mirza Sahib leidde een eenvoudig leven en bezat een buitengewone vrijgevigheid. Zijn morele moed, die hij toonde tegenover de hevige tegenstand en vervolging van zijn tegenstanders, verdient grote bewondering. Alleen iemand met een uitzonderlijk aantrekkelijke persoonlijkheid en een aangenaam karakter kan een zodanige loyaliteit en toewijding opwekken dat mensen zelfs bereid zijn hun leven voor hun overtuiging te geven. Toen ik oudere Ahmadi’s vroeg waarom zij Ahmadi waren geworden, noemden de meesten als belangrijkste reden de persoonlijke invloed, aantrekkingskracht en inspirerende persoonlijkheid van Mirza Sahib.”
Huzoor-e-Anwar (aba) verklaarde dat de Beloofde Messias (as) alles wat hij schonk uitsluitend gaf om het welbehagen van Allah te verkrijgen en uit mededogen voor Zijn schepping. Hij deed dit doorgaans op een zeer bescheiden en verborgen wijze. Slechts wanneer hij anderen een praktisch voorbeeld wilde geven, schonk hij openlijk.
Hij wees nooit een hulpzoekende af. Bovendien merkte hij vaak zelf de behoeften van mensen op en hielp hij hen al voordat zij om hulp vroegen.
In 1904 gaf hij bijvoorbeeld aan een oprechte migrant een geldbedrag met de opmerking dat het winter was en dat hij waarschijnlijk warme kleding nodig had, hoewel de man daar niet om had gevraagd. Hij verleende zijn hulp meestal in stilte, zonder onderscheid te maken tussen vriend en vijand. Sheikh Fath Muhammad vertelt dat de Beloofde Messias (as) steeds bereid was zijn reiskosten te vergoeden wanneer hij hem bezocht, ook wanneer daar geen noodzaak toe bestond. Volgens hem gold deze vrijgevigheid niet alleen voor hemzelf, maar voor velen. Bezoekers uit Syrië en Arabische landen ontvingen soms aanzienlijke bedragen als reisgeld, omdat zij van grote afstand waren gekomen.
Soms schreven mensen slechts een briefje met hun verzoek, zonder dit mondeling kenbaar te maken. Niemand wist dan dat zij om hulp hadden gevraagd. Wanneer de Beloofde Messias (as) echter uit zijn woning iets liet brengen, of even naar binnen ging en vervolgens terugkwam met geld of kleding voor de hulpzoekende, werd duidelijk dat hij in diens behoefte had voorzien.
In navolging van de Heilige Profeet (vzmh) was de Beloofde Messias (as) een toonbeeld van vrijgevigheid. Toch waren er ook situaties waarin hij, uit wijsheid en met een bepaald doel, afzag van het geven van geld.
Hazrat Sheikh Yaqub Ali Irfani (ra) schrijft dat de Beloofde Messias (as) zich in 1889 in Ludhiana bevond toen een man hem vertelde dat een familielid was overleden en hij geen middelen had voor de begrafenis. De Beloofde Messias (as) gaf Hazrat Qazi Khwaja Ali (ra) opdracht met de man mee te gaan en de benodigdheden voor de begrafenis te kopen. Gewoonlijk gaf hij geld mee, maar ditmaal handelde hij anders. Kort daarna keerde Qazi Sahib glimlachend terug en vertelde dat de man hem had gesmeekt niet mee te gaan, maar hem gewoon geld te geven. Toen Qazi Sahib daarop bleef aandringen om mee te gaan, bekende de man dat er helemaal niemand was overleden en dat bedelen zijn beroep was. Vervolgens vertrok hij.
Huzoor-e-Anwar (aba) verwees daarna naar de vorige vrijdagpreek, waarin hij had verteld dat de Beloofde Messias (as) de sieraden van Hazrat Amman Jan (ra) had verkocht om de kosten van de langar (gemeenschappelijke keuken) te dekken. Naar aanleiding daarvan was hem gevraagd of een echtgenoot de sieraden van zijn vrouw naar eigen inzicht mag gebruiken wanneer daar behoefte aan bestaat.
Huzoor-e-Anwar (aba) verduidelijkte dat de Beloofde Messias (as) gewoonlijk geld leende en dit altijd terugbetaalde. Hazrat Mirza Bashir Ahmad (ra) vertelt dat de Beloofde Messias (as) geld leende van Hazrat Umm-ul-Mu’minin (Hazrat Amman Jan) om tarwe te kopen en zo de kosten van de langar en het huishouden te bekostigen, aangezien veel voedsel vanuit zijn huis werd bereid. Later ontving hij 500 roepies van Chaudhry Rustam Ali Sahib, liet daarnaast enkele vaten ghee bezorgen en betaalde vervolgens de lening volledig terug aan Hazrat Amman Jan.
Ten slotte vertelde Huzoor-e-Anwar (aba) een gebeurtenis die de zegen van Allah op het voedsel illustreert. Hazrat Mian Abdullah Sanori (ra) vertelt dat de Beloofde Messias (as) enkele gasten voor een maaltijd had uitgenodigd. Op het tijdstip van de maaltijd arriveerde onverwacht een even grote extra groep gasten. Vanuit het huis werd bericht gestuurd dat het eten slechts voor de oorspronkelijke gasten toereikend was en dat vooral het zoete rijstgerecht (zarda) onvoldoende zou zijn. De Beloofde Messias (as) antwoordde dat ook dit gerecht moest worden opgediend en vroeg de schaal met zarda bij zich te brengen. Hij legde er een doek overheen, plaatste zijn hand onder de doek en raakte met zijn vingers de rijst aan. Daarna gaf hij opdracht het eten aan alle aanwezigen uit te delen. Alle gasten aten naar tevredenheid en er bleef zelfs nog zarda over.
Aan het einde van de preek zei Huzoor-e-Anwar (aba) dat deze gebeurtenissen slechts enkele voorbeelden zijn van de vrijgevigheid van de Beloofde Messias (as). In navolging van zijn Meester en Leider, de Heilige Profeet (vzmh), toonde hij een voorbeeldige edelmoedigheid waarvan vrienden, vreemden en zelfs zijn vijanden bleven profiteren.
