KJ-Summary-NL-20260306 KJ-Summary-FR-20260306
KJ-Summary-UR-20260306 KJ-Summary-BN-20260306
Samenvatting vrijdagpreek 6 March 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
In de vorige vrijdagpreek sprak Huzoor-e-Anwar (aba), over de huidige staat van onrust in de wereld en benadrukte hij het belang van eenheid en broederschap binnen de moslimwereld onder dergelijke omstandigheden.
De boodschap die de Heilige Profeet (sa) bracht, was dat mensen moeten geloven in de Eenheid van God, Hem moeten aanbidden, Zijn Eenheid moeten vestigen, ernaar moeten streven die te verwezenlijken, de rechten van Zijn dienaren moeten vervullen en als één verenigde gemeenschap moeten leven, waarbij zij elkaar als broeders behandelen.
Als wij echter kijken naar de toestand van de moslimlanden vandaag, zien wij dat er, ondanks dergelijke leringen, geen eenheid onder ons bestaat. Moslims hebben noch een belangrijke rol gespeeld in de vooruitgang van de religie, noch bekleden zij een noemenswaardige positie in de wereld. Wanneer een dergelijke situatie ontstaat, maken anderen daar gebruik van. Als moslims zou iedereen moeten proberen om eenheid te bereiken. Bovendien dient men de regeling te volgen die God de Almachtige in deze tijd heeft ingesteld voor het vestigen van een verenigde gemeenschap. God heeft in dit tijdperk de Beloofde Messias (as) gezonden, zodat een verenigde Ummah tot stand kan komen.
Westerse landen gebruiken hun macht om moslimlanden aan te vallen en proberen controle te verkrijgen over hun hulpbronnen. De Dajjali-machten willen nooit zien dat moslims in vrede leven. Zij sluiten overeenkomsten in naam van het tot stand brengen van vrede, maar in werkelijkheid hebben zij andere plannen, die nu openlijk zichtbaar zijn geworden. Daarom moeten er bijzondere gebeden worden verricht voor de moslim-Ummah.
Arabische landen, die geen bedreigingen van buitenaf hadden, werden het gevoel gegeven dat zij onveilig waren, en er werden militaire bases gevestigd zodat deze westerse machten van daaruit hun superioriteit tegenover hun vijanden konden tonen. Iran, dat al lange tijd een punt van zorg voor hen was en een groot obstakel vormde op de weg van Israël, werd een doelwit; onder verschillende voorwendselen vestigden zij bases in landen nabij Iran en probeerden zij onrust te verspreiden. Sinds de aanvallen op Irak heeft instabiliteit zich verder verspreid in moslimlanden. De moslimwereld zou dit moeten begrijpen. Schijnbaar bestaat er geen andere manier om deze wanorde te beëindigen dan dat moslims vreedzaam samenleven als broeders. Daarvoor moeten ook gebeden worden verricht.
Wanneer wij de wereldsituatie onderzoeken, zien wij dat het gevaar aanzienlijk is toegenomen. Indien er echter zelfs nu nog inspanningen worden geleverd, kan de moslimwereld nog steeds worden beschermd tegen deze Dajjali-onrust.
De oorlog tussen Iran en Israël begon met leuzen over een verandering van het regime, maar nu hebben zelfs degenen die tegen die regering waren hun vijandigheid zien afnemen na de martelaarschap van hun religieuze leider.
De meeste moslimlanden beschikken hoofdzakelijk over olie-rijkdom. Hun handel is niet bijzonder winstgevend en zij beschikken ook niet over sterke defensiesystemen. Door misbruik te maken van deze zwakheden hebben westerse machten hun bases daar gevestigd. Nu lijdt hun oliehandel door deze oorlog verliezen en tegelijkertijd zullen onder het mom van verdediging ook de kosten van de oorlog van hen worden genomen, waardoor hun middelen geleidelijk zullen afnemen.
Ook andere landen worden onder druk gezet en bedreigd om hen in de oorlog te steunen. Als zij weigeren, worden er obstakels voor hen gecreëerd. Aan de andere kant vormen China en Rusland eveneens hun eigen machtsblok. De islamitische wereld zal een strijdtoneel blijven, omdat zij hulpbronnen bezit die deze machten verlangen. Daarom moeten moslimlanden wijs handelen en proberen zichzelf te redden van de bestraffing van God. Zij zouden samen moeten komen, oplossingen voor hun problemen moeten zoeken en zich moeten inspannen om de Eenheid van God te vestigen.
De Heilige Profeet (sa) heeft zelfs verboden om tegen iemand te spreken die de Kalima uitspreekt. Daarom zouden moslims elkaar niet moeten bestrijden louter op basis van verschillen in overtuigingen. Zij moeten zich onthouden van de manipulaties van wereldse machten en zich wenden tot God, de ware Meester.
De islam leert verzoening tussen gelovigen. Indien één groep agressie pleegt, dan moeten anderen zich gezamenlijk daartegen verzetten totdat zij zich wenden tot de Ene God. Daarom moet verzoening worden nagestreefd met rechtvaardigheid en eerlijkheid. Inspanningen voor vrede moeten boven persoonlijke en nationale belangen uitstijgen. Moslimlanden delen een band van islamitische broederschap; zij zouden dit moeten begrijpen en proberen zich te verenigen.
Moge Allah de moslimwereld wijsheid schenken zodat zij in vrede kunnen leven; hiervoor zijn bijzondere gebeden nodig.
Aan het einde kondigde Huzoor-e-Anwar (aba) de afwezige begrafenisgebeden aan. Moge Allah de Almachtige de overledenen met barmhartigheid en vergeving behandelen, hun rang verheffen en hun kinderen het vermogen schenken om hun goede daden voort te zetten. Ameen.
