Samenvatting vrijdagpreek 13 Mar 2026 – De Profeet (vrede zij met hem) als beschermer en leraar van de eenheid van God (Tauheed).

KJ-Summary-NL-20260313         KJ-Summary-FR-20260313

KJ-Summary-UR-20260313         KJ-Summary-BN-20260313

 

Samenvatting vrijdagpreek 13 March 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

In de vorige vrijdagpreek vervolgde Huzoor-e-Anwar (aba) zijn uiteenzetting over het aspect van Tawhid (de Eenheid van God) aan de hand van het gezegende leven van de Heilige Profeet Muhammad (sa). Hij legde uit dat de Heilige Profeet (sa) naar de wereld kwam om Tawhid te vestigen en dat hij dezelfde vurigheid voor het vestigen van Tawhid ook in de harten van de Metgezellen (ra) heeft ingeprent.

Op een gegeven moment, toen de Heilige Profeet (sa) Gods boodschap aan de mensen overbracht, werd hij door de ongelovigen omsingeld. Hazrat Abu Bakr (ra) trad naar voren om hem te beschermen en zei: “Wilt u een man doden enkel omdat hij zegt dat mijn Heer Allah is?” Hazrat Abu Bakr (ra) werd eveneens zwaar mishandeld. Zijn dochter verhaalt dat toen hij naar huis terugkeerde, zijn haar zo hevig was uitgetrokken dat het bij aanraking begon uit te vallen.

De Heilige Profeet (sa) werd vaak blootgesteld aan vervolging. Stenen en vuil werden in zijn huis gegooid en er werd stof over hem uitgestort, maar zijn ijver om Tawhid te vestigen nam geen moment af, noch verminderde zijn liefde en mededogen voor de mensheid.

Na de langdurige boycot in Sha‘b Abi Talib intensiveerde de Heilige Profeet (sa) zijn prediking. Toen de boodschap in Mekka geen gehoor vond, reisde hij in Shawwal van het tiende jaar van zijn profeetschap naar Ta’if om Gods boodschap aan de mensen daar over te brengen. Hij verbleef daar tien dagen en probeerde verschillende stamhoofden te bereiken. Zij bespotten hem echter en zetten het ruwe volk van de stad tegen hem op, dat hem ongeveer drie mijl lang met stenen aanviel. Later kon hij Mekka opnieuw binnengaan onder de bescherming van Mut‘im bin ‘Adi.

Hazrat Musleh Maud (ra) verklaart:
Alle beproevingen die de vijanden de Heilige Profeet (sa) aandeden, waren het gevolg van de verkondiging van Tawhid. Hij werd geslagen en men joeg honden en jongens op hem af. Toen hij eens naar Ta’if ging, werd hij zo hevig mishandeld dat hij van top tot teen met bloed bedekt was. Door de pijn viel hij neer, en telkens wanneer hij weer opstond, werden opnieuw stenen naar hem geworpen. Zelfs in die toestand kwamen slechts deze woorden uit zijn mond: “O God, vergeef deze mensen, want zij kennen de waarheid niet.” Ondanks al deze omstandigheden gaf hij de prediking van Tawhid niet op en bleef hij verkondigen dat hij, ongeacht wat men hem aandeed, nooit zou ophouden de Eenheid van God te verkondigen. Toen het moment van zijn heengaan naderde, bleef hij dezelfde boodschap benadrukken en zei: “Pleeg na mij geen shirk.”

De Heilige Profeet (sa) predikte ook op de markten van Arabië. Van Shawwal tot aan de dagen van de Hadj werden drie grote markten gehouden, en gedurende deze dagen richtte hij zich tot de mensen om de boodschap van Tawhid te verspreiden. Mensen verzamelden zich om hem heen en maakten lawaai, maar hij bleef verkondigen:
“O mensen! Zegt: er is geen god behalve Allah, en gij zult slagen.”

Terwijl de Heilige Profeet (sa) vervolging onderging, werden ook degenen die de islam aanvaardden zwaar onderdrukt. Toen Hazrat Bilal (ra) de islam aannam, werd hij wreed gemarteld. Men probeerde hem herhaaldelijk te dwingen zijn geloof te verlaten, maar hij bleef verkondigen: “Ahad! Ahad!” (God is Eén! God is Eén!).

 

Ondanks zware vervolging bleef de Heilige Profeet (sa) zich inzetten voor de vestiging van Tawhid. Hij werd een leugenaar genoemd en zelfs zijn naam werd spottend verdraaid. Zelfs op het meest kritieke moment tijdens de Slag bij Uhud toonde hij grote toewijding en eerbied voor de zaak van Tawhid.

De Beloofde Messias (as) schreef:
“Ik verwonder mij er altijd over hoe hoog de rang was van deze Arabische Profeet, wiens naam Muhammad is (duizenden zegeningen en vrede zij met hem). Men kan de grenzen van zijn verheven status niet bereiken en het is de mens niet gegeven zijn geestelijke invloed juist te schatten. Het is betreurenswaardig dat zijn rang niet naar behoren is erkend. Hij was de kampioen die de Eenheid van God, die uit de wereld was verdwenen, opnieuw tot leven bracht; hij had een buitengewone liefde voor God en zijn ziel smolt van mededogen voor de mensheid. Daarom heeft God, Die het geheim van zijn hart kende, hem verheven boven alle profeten, zowel de eersten als de laatsten, en hem in zijn leven alles geschonken wat hij verlangde… Ik ben niets en bezit niets. Ik zou uiterst ondankbaar zijn als ik niet zou erkennen dat ik de ware Eenheid van God door deze Profeet heb leren kennen. De erkenning van de Levende God hebben wij verkregen door deze volmaakte Profeet en door zijn licht. De eer van het spreken met God, waardoor wij Zijn aangezicht aanschouwen, is mij geschonken door deze grote Profeet.”
[Ḥaqiqat-ul-Waḥi, p. 138–141]

Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat men gedurende de resterende dagen van de Ramadan moet bidden en zich moet inspannen om ervoor te zorgen dat wij, als ware liefhebbers van de Heilige Profeet Muhammad (sa) en volgelingen van de Beloofde Messias (as), voorop blijven lopen in de vestiging van de Eenheid van God (Tawhid).

Moge Allah de Almachtige ons daartoe in staat stellen en onze zwakheden wegnemen. Wij dienen ook te bidden voor de moslimgemeenschap, opdat zij het ware begrip van Tawhid mogen verkrijgen en beschermd blijven tegen de Dajjali krachten. Moge Allah hun eveneens dit inzicht en vermogen schenken. Ameen.

Aan het einde kondigde Huzoor een afwezige begrafenisgebed (Janazah Ghaib) aan.

Moge Allah hem met barmhartigheid behandelen, zijn rang verheffen en hem overvloedig zegenen. Ameen.