Samenvatting vrijdagpreek 30 Jan 2026 – Allah is Allerhoogste: De liefde van de Profeet in Uhud

KJ-Summary-NL-20260130         KJ-Summary-FR-20260130

KJ-Summary-UR-2026030        KJ-Summary-BN-20260130

 

Samenvatting vrijdagpreek 30 Januari 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

In de vorige vrijdagpreek zette Huzoor-e-Anwar (aba) de bespreking voort over de liefde van de Heilige Profeet (sa) voor Allah en gaf hij verdere voorbeelden uit zijn leven.

Het wordt overgeleverd dat Hazrat Bara’ (ra) verklaart dat op de Dag van Uhud, toen de moslims tegenover de afgoden stonden, de Heilige Profeet (sa) een groep boogschutters bovenop een heuvel stationeerde en hen streng opdroeg hun positie onder geen enkele omstandigheid te verlaten, ongeacht overwinning of nederlaag. Toen echter de vijand leek terug te trekken van het slagveld, begonnen de boogschutters hun positie te verlaten ondanks de waarschuwingen van Hazrat Abdullah (ra), die tot hun leider was aangesteld. Als gevolg hiervan trok Allah Zijn steun terug, veranderde het verloop van de strijd, en lanceerde de vijand een vernieuwde aanval. Zeventig moslims werden gemarteld, en gedurende deze tijd had de Heilige Profeet (sa) zich op de berg teruggetrokken.

Abu Sufyan naderde de berg en riep, vragend naar de Heilige Profeet (sa), Hazrat Abu Bakr (ra) en Hazrat Umar (ra), maar de Heilige Profeet (sa) beval dat er geen antwoord gegeven mocht worden. Toen Abu Sufyan echter het leuze “U‘lu Hubal” (hoogte aan zijn afgodsbeeld) hief, beval de Heilige Profeet (sa) de metgezellen te antwoorden. Zo gaf de Heilige Profeet (sa), waar het de eer en liefde van Allah betrof, onmiddellijk opdracht tot een reactie, zonder zich om zijn eigen leven te bekommeren, en beval hen Allahu A‘la wa Ajall (Allah is de Allerhoogste en de Grootste) te proclameren.

In een andere overlevering wordt vermeld dat iemand eens tot de Heilige Profeet (sa) zei: “Wat Allah wil en wat u wilt.” De Heilige Profeet (sa) onderbrak hem en berispte hem dat hij hem niet met Allah moest associëren, maar in plaats daarvan moest zeggen: “Wat Allah wil.” Hij verbood ook krachtig alle vormen van shirk in verband met graven. Elke uitspraak van de Heilige Profeet (sa) weerspiegelde de eenheid van Allah en de liefde voor Hem. Zelfs buitensporig vertrouwen op schijnbare wereldse middelen kan neerkomen op shirk.

Op een gelegenheid zei de Heilige Profeet (sa) dat hij vreesde voor (اصغر شرک) “kleine shirk” onder zijn volgelingen. Toen hem werd gevraagd wat kleine shirk was, legde hij uit dat dit verwijst naar opschepperij en pronken, wat Allah de Almachtige zeer afkeurt. Dergelijke handelingen worden niet verricht voor Allah, maar om indruk te maken op mensen. Daarom, als men de liefde van Allah wenst te verkrijgen, is de enige weg, volgens de Koran, gehoorzaamheid aan de Heilige Profeet (sa). Uit zijn nobele voorbeeld leren wij matiging in alle zaken en het vermijden van extremen.

De tong van de Heilige Profeet (sa) was voortdurend vervuld met de herinnering aan Allah. Hazrat Abu Hurairah (ra) overlevert dat de Heilige Profeet (sa) zeventig keer per dag vergiffenis zocht. Hij (sa) verklaarde ook dat er vier uitdrukkingen zijn die superieur zijn aan alle andere woorden:

  1. Subhanallah (Heilig is Allah),
  2. Alhamdulillah (Alle lof behoort Allah toe),
  3. La ilaha illallah (Er is geen god behalve Allah),
  4. Allahu Akbar (Allah is de Grootste).

Als deze woorden in gedachten worden gehouden tijdens spreken en handelen, schenkt Allah grote zegeningen.

Het wordt overgeleverd dat de Heilige Profeet (sa) zei dat Allah hem had aangeboden om de vallei van Mekka in goud te veranderen, maar hij antwoordde: “O mijn Heer, laat het zo zijn dat ik de ene dag vol zit en de volgende dag honger lijd. Wanneer ik hongerig ben, zal ik tot U bidden, en wanneer ik verzadigd ben, zal ik U prijzen en danken, zodat overvloedige rijkdom mij Uw herinnering niet doet vergeten.”

Het wordt ook overgeleverd dat telkens wanneer de Heilige Profeet (sa) vreugde ontving, hij onmiddellijk dank betuigde aan Allah.

Hazrat Bara’ bin ‘Azib (ra) vertelt dat de Heilige Profeet (sa) beval dat wanneer men naar bed gaat, men wassing verricht, op de rechterzijde gaat liggen en de volgende smeekbede reciteert, waarvan de vertaling is:

“O Allah, ik onderwerp mij aan U, ik vertrouw mijn zaken aan U toe, en ik vertrouw op U, uit angst voor U en liefde voor U. Er is geen toevlucht noch plaats van veiligheid behalve bij U. Ik geloof in het Boek dat U heeft geopenbaard en in de Profeet die U heeft gezonden.”

Hij (sa) zei dat wie deze smeekbede reciteert en die nacht sterft, sterft in de staat van zuivere geloof.

De Heilige Profeet (sa) was nooit onverschillig tegenover de dood en bleef altijd gereed om zijn Geliefde te ontmoeten. Welke tijd hij ook wachtte op die ontmoeting, hij beschouwde dit als een zegen van Allah en bleef dankbaar. Elke nacht voor het slapen beoordeelde hij zichzelf voor God en distantieerde hij zich van wereldse zaken. Hij (sa) streefde voortdurend naar het doen groeien van de liefde voor Allah in de harten van zijn volgelingen en verklaarde dat de herinnering aan Allah superieur is zelfs aan de jihad, en dat er niets groters is ter bescherming tegen de straf van Allah.

Op het laatste moment, toen Allah de Verhevene hem de keuze gaf tussen blijven in dit wereldse leven en terugkeren naar Hem, koos de Heilige Profeet (sa) voor Allah. Zelfs in de allerlaatste momenten van zijn leven was zijn gezegende tong vervuld met de herinnering aan Allah, en hij zei: ‘Allahumma ar-Rafiq al-A‘la’ (O Allah, de Allerhoogste Metgezel).”