KJ-Summary-NL-20251128 KJ-Summary-FR-20251128
KJ-Summary-UR-20251128 KJ-Summary-BN-20251128
Samenvatting vrijdagpreek 28 November 2025
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
In de vorige vrijdagpreek vervolgde Huzoor-e-Anwar (aba) de beschrijving van het gezegende leven van de Heilige Profeet (sa) in het bijzonder over de tocht naar Tabuk.
Na de terugkeer in Medina kwamen ook de excuses van enkele hypocrieten ter sprake. Toen de Heilige Profeet (sa) terugkeerde van Tabuk, verrichtte hij, zoals hij altijd deed, twee nawafil in de moskee. Vervolgens bleef hij daar zitten om de mensen te ontmoeten. Op dat moment kwamen ook degenen die om huichelachtige redenen niet met de expeditie waren meegegaan. Zij begonnen allerlei excuses aan te dragen. In sommige overleveringen wordt vermeld dat het er tachtig waren.
De Heilige Profeet (sa) aanvaardde hun uiterlijke excuses, nam hun beloften af en liet hun innerlijke toestand aan Allah over. Maar Allah maakte aan de Heilige Profeet (sa) duidelijk dat deze mensen onoprecht waren en dat hun fout onvergeeflijk was. In Soera At-Tawbah wordt hierover gesproken: Allah verklaarde hen tot overtreders, verbood de Heilige Profeet (sa) hun begrafenisgebed te verrichten en bepaalde dat zij in de toekomst niet meer mochten deelnemen aan enige expeditie.
Degenen die niet deelnamen aan de expeditie van Tabuk kunnen in vier groepen worden verdeeld:
- Zij die door de Heilige Profeet (sa) zelf waren aangewezen om in Medina te blijven voor specifieke taken.
- Zij die zwak waren of een echte reden hadden en hiervoor toestemming hadden gekregen.
- De hypocrieten die opzettelijk achterbleven; Allah beval dat er streng met hen moest worden omgegaan.
- Drie oprechte metgezellen die door nalatigheid en zwakte niet meegingen, maar die uiteindelijk door Allah werden vergeven vanwege hun diepe berouw.
Deze drie oprechte metgezellen waren Hazrat Ka‘b bin Malik (ra), Hazrat Hilal bin Umayyah (ra) en Hazrat Murarah bin Rabi‘ (ra). In een lange overlevering van Hazrat Ka‘b (ra) in Sahih Bukhari wordt dit hele voorval uitvoerig beschreven; Hazrat Ka‘b (ra) vertelt dat hij ten tijde van de expeditie van Tabuk in goede gezondheid en welvaart verkeerde. Anders dan bij andere expedities kondigde de Heilige Profeet (sa) deze tocht van tevoren openlijk aan, waarbij hij ook uitlegde dat het een zware reis zou worden en dat iedereen zich moest voorbereiden. Hazrat Ka‘b (ra) had wel de intentie mee te gaan, maar door uitstelgedrag en nalatigheid bleef hij zijn voorbereiding telkens verschuiven. Uiteindelijk was het leger al te ver vertrokken en had hij geen mogelijkheid meer om zich aan te sluiten.
Wanneer hij in Medina naar buiten ging, zag hij alleen twee soorten mensen: hypocrieten of degenen met een geldige reden om niet mee te gaan.
Toen de Heilige Profeet (sa) terugkeerde, nam Hazrat Ka‘b (ra) zich voor om, ondanks zijn angst voor de mogelijke ontevredenheid van de Heilige Profeet (sa), geen leugens te vertellen. Hij verscheen voor de Heilige Profeet (sa) en vertelde eerlijk dat zijn afwezigheid enkel door zijn eigen nalatigheid kwam. De Heilige Profeet (sa) antwoordde: “Je hebt de waarheid gesproken. Ga nu, totdat Allah over jouw zaak beslist.”
Daarop werd hij, samen met de twee andere oprechte metgezellen Hazrat Hilal (ra) en Hazrat Murarah (ra), onderworpen aan een volledige sociale boycot. Niemand in Medina sprak meer met hen; de wereld werd als het ware benauwd voor hen, ondanks haar uitgestrektheid.
Tijdens deze moeilijke periode ontving Hazrat Ka‘b (ra) zelfs een brief van de koning van Ghassan, die hem uitnodigde om zich bij hen aan te sluiten. Hij doorzag echter onmiddellijk dat dit een beproeving was en verbrandde de brief.
Na vijftig dagen van isolatie aanvaardde Allah hun berouw. Toen Hazrat Ka‘b (ra) zich weer bij de Heilige Profeet (sa) meldde, straalde het gezicht van de Heilige Profeet (sa) van blijdschap. Hij bracht hem het verheugende nieuws dat Allah zijn berouw had geaccepteerd.
Huzoor-e-Anwar (aba) gaf aan dat de resterende details in de volgende preek zullen worden behandeld. Vervolgens noemde Huzoor-e-Anwar (aba) drie overleden leden. Moge Allah de Almachtige hen allen vergeven en Zijn genade schenken, en hun families geduld en troost geven. Ameen.
