Samenvatting vrijdagpreek 21 Nov 2025 – Mohammed (sa): Het Grote Voorbeeld

KJ-Summary-NL-20251121         KJ-Summary-FR-20251121

KJ-Summary-UR-20251121         KJ-Summary-BN-20251121

 

Samenvatting vrijdagpreek 21 November 2025
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

In de vorige vrijdagpreek ging Huzoor-e-Anwar (aba) verder met het beschrijven van de gebeurtenissen rond de Expeditie van Tabuk.

Op een bepaald moment probeerden de hypocrieten de Heilige Profeet (sa) kwaad te doen. Er was zelfs sprake van een gezamenlijke samenzwering van joden, christenen en hypocrieten om de Heilige Profeet (sa) te doden. Toch greep God telkens in op momenten dat de nederlaag van de moslims onafwendbaar leek, en schonk Hij aan de moslims en aan de Heilige Profeet (sa) een doorslaggevende overwinning.

God maakte de Heilige Profeet (sa) op de hoogte van hun plan. Daardoor mislukte hun poging hem schade toe te brengen. De Heilige Profeet (sa) kreeg een openbaring en riep daarop een metgezel bij zich. Hij vertelde hem dat hij hem iets zou toevertrouwen dat strikt geheim moest blijven. Vervolgens noemde hij de namen van alle hypocrieten die hadden geprobeerd hem aan te vallen. De Heilige Profeet (sa) zei dat hij de opdracht had gekregen om de begrafenisgebeden voor geen van hen te leiden, omdat zij hypocrieten waren.

Tijdens het kalifaat van Hazrat Umar (ra) vroeg hij, wanneer iemand overleed van wie hij vermoedde dat hij tot deze groep behoorde, vooral degenen die tegen de Heilige Profeet (sa) hadden samengespannen, aan Hazrat Hudhaifah (ra) om mee te gaan naar de begrafenis. Als Hazrat Hudhaifah (ra) weigerde, wist Hazrat Umar (ra) genoeg en nam ook hij niet deel aan de begrafenisgebeden.

Een metgezel stelde eens voor om deze mensen ter verantwoording te roepen. Maar de Heilige Profeet (sa) antwoordde dat hij niet wilde dat men zou zeggen dat hij, nu de strijd tegen de ongelovigen voorbij was, zijn eigen mensen begon te vervolgen. Hazrat Usaid (ra) vroeg hoe degenen die hem hadden aangevallen nog tot ‘zijn eigen mensen’ gerekend konden worden. De Heilige Profeet (sa) vroeg daarop: ‘Spreken zij niet de islamitische geloofsbelijdenis uit?’ Hazrat Usaid (ra) zei dat dit bij hen slechts schijn was. De Heilige Profeet (sa) antwoordde dat, hoe oppervlakkig ook, zij de geloofsbelijdenis toch uitspraken, en dat dit alleen al reden was om geen doodvonnis over hen te laten uitspreken.

Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat de geestelijken van vandaag, die oproepen tot het doden van mensen die de islamitische geloofsbelijdenis uitspreken, deze duidelijke instructie van de Heilige Profeet (sa) goed voor ogen moeten houden.

De hypocrieten probeerden in Medina ook een soort hoofdkwartier op te richten waar zij konden samenkomen, plannen smeden en wapens opslaan.

Ondanks hun misdragingen vergaf de Heilige Profeet (sa) de hypocrieten steeds weer en keek hij door hun overtredingen heen. Alleen wanneer zij een veiligheidsrisico vormden voor de staat greep hij in en zelfs dan richtte hij zich uitsluitend op hun verzamelplaats.

Toen de Heilige Profeet (sa) terugkeerde naar Medina, werd hij verwelkomd door mannen, vrouwen en kinderen die samenkwamen en hem zingend ontvingen.

Tot slot zei Huzoor-e-Anwar (aba) dat hij in de toekomst verdere aspecten uit het leven van de Heilige Profeet (sa) zal blijven behandelen.