Samenvatting vrijdagpreek 20 Feb 2026 – Ramadan: Een pad naar blijvende nabijheid tot Allah en levenslange zelfverbetering

KJ-Summary-NL-20260220         KJ-Summary-FR-20260220

KJ-Summary-UR-20260220         KJ-Summary-BN-20260220

 

Samenvatting vrijdagpreek 20 Februari 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)

In de vorige vrijdagpreek heeft Huzoor-e-Anwar (aba) verder gesproken over de liefde voor Allah en heeft hij verschillende gebeurtenissen uit het gezegende leven van de Beloofde Messias (as) aangehaald.

Door de genade van Allah is de maand Ramadan begonnen. Deze vastenmaand is speciaal voorgeschreven om onze relatie met Allah de Almachtige te versterken en onze spirituele hervorming te bevorderen. Moge Allah alle Ahmadis in staat stellen er volledig van te profiteren.

Wij dienen onszelf zorgvuldig te evalueren en na te denken over onze spirituele toestand in het licht van de voorbeelden die worden gepresenteerd uit het leven van de Heilige Profeet Mohammed (sa) en, in dit tijdperk, uit het leven van zijn ware dienaar, de Beloofde Messias (as).

Eenmaal schreef hij, tijdens een luchtige wedstrijd met Hazrat Amma Jan (ra) om te zien wie met gesloten ogen iets op papier kon schrijven, het volgende:

“Een mens dient te allen tijde God indachtig te blijven en vijfmaal per dag tot Hem te smeken.”

Zelfs in zo’n informele en ontspannen setting gaf hij aldus een verheven advies , een duidelijk teken van iemand die door God is aangesteld.

In 1886 reisde de Beloofde Messias (as) naar Hoshiarpur, waar hij een veertigdaagse afzondering (chillah) verrichtte. Tijdens deze periode werd hem een groot aantal blijde boodschappen geschonken, en in dezelfde periode ontving hij de profetie betreffende de Beloofde Zoon. Ter vervulling van deze profetie werd later Hazrat Musleh Ma’ud (ra) geboren.

Huzoor-e-Anwar (aba) merkte op dat het een mooie samenloop van omstandigheden is dat het vandaag 20 februari is , de dag van de profetie van Musleh Ma’ud (ra) en dat hij dit voorval op precies deze datum vermeldt.

In dit verband worden ook programma’s uitgezonden via MTA en vinden er in verschillende jama’ats bijeenkomsten plaats. Wij dienen eveneens hiervan te profiteren.

Tijdens de reis naar Hoshiarpur vergezelden drie metgezellen hem. Eén van hen, Fateh Khan, was aanvankelijk zo toegewijd dat hij de Beloofde Messias (as) reeds vóór diens aanspraak als profeet aanduidde. Later struikelde hij echter en werd hij afvallig. Dit herinnert ons eraan dat een mens voortdurend moet bidden om een goed einde en standvastig geloof. Met name in de maand Ramadan behoren wij te bidden om standvastigheid in het geloof.

Met betrekking tot de wijze van aanbidding van de Beloofde Messias (as) wordt vermeld dat hij tijdens het gebed zijn handen boven de navel vouwde. Bij de nederwerping plaatste hij zijn voorhoofd en neus tussen zijn handen op de grond, waarbij zijn vingers richting de Ka’bah waren gericht. Bij het opstaan uit de nederwerping richtte hij zijn tulband recht.

Toen de pest zich verspreidde, verbleef hij samen met zijn familie in een open gebied ter bescherming. Ook in die dagen bleef hij ’s nachts bezig met aanbidding. Hij verrichtte het tahajjud-gebed met grote nederigheid en reciteerde herhaaldelijk: “Leid ons op het rechte pad.” Wij dienen deze smeekbede eveneens te herhalen, opdat Allah ons standvastig houdt op de juiste weg.

Toen hij de gemeenschap adviseerde over tahajjud en iemand vroeg wat te doen indien men niet kon ontwaken voor dit gebed, antwoordde hij dat men overvloedig istighfar dient te verrichten en zich frequent bezig moet houden met de herinnering en verheffing van Allah; hierdoor zou men in staat worden gesteld tahajjud te verrichten. Wij moeten deze methode toepassen wanneer wij moeite hebben met het verrichten van tahajjud. Vooral in de Ramadan dienen wij te streven naar het verrichten van tahajjud.

Telkens wanneer hij naar het toilet ging, verrichtte hij daarna de wassing, zodat hij voortdurend in staat van wudu verbleef. Hij reciteerde geregeld: “Subhanallahi wa bihamdihi, Subhanallahil-‘Azim.”

Hij bracht ongeveer zeven jaren van zijn jeugd door in Sialkot. Ook toen al was de liefde voor Allah zijn meest kenmerkende eigenschap. Degenen die hem later bestreden, getuigden eveneens van zijn toewijding aan God in die periode.

Zelfs in zijn jeugd stond hij bekend als een rechtschapen en vroom persoon, gerekend tot de bijzondere dienaren van Allah. God stond altijd voor hem centraal. Ook in moeilijke omstandigheden zorgde hij ervoor dat het gebed op tijd werd verricht. Dit is een onderscheidende eigenschap van een gelovige: het gebed verrichten op het voorgeschreven tijdstip.

Zelfs wanneer hij rechtszittingen bijwoonde, bleef zijn hart verbonden met God. Terwijl hij bezig was met werkzaamheden, bleef hij Allah gedenken en reciteerde hij geregeld: “Subhanallahi wa bihamdihi, Subhanallahil-‘Azim.” Wanneer hij ’s nachts wakker werd, waren deze woorden op zijn tong.

In zijn jeugd schreef hij een brief aan zijn vader waarin hij duidelijk verklaarde dat hij de rest van zijn leven in afzondering met zijn Heer wilde doorbrengen en slechts onder de mensen kwam op bevel van God. Zijn vader bezat verschillende dorpen, die hij achterliet; daarmee deed hij feitelijk afstand van wereldlijke macht.

Hij leerde echter ook dat men wereldlijke zegeningen niet volledig moet verlaten. Iedereen dient dit te beoordelen naar zijn eigen omstandigheden, maar één zaak moet altijd worden herinnerd: verlaat Allah nooit.

Moge Allah ons in deze Ramadan in staat stellen om werkelijk de rechten van de aanbidding te vervullen en Zijn liefde in onze harten te vergroten, zodat wij volledig kunnen profiteren van deze gezegende maand en de effecten ervan ook daarna blijven ervaren. Moge Hij ons ware gelovigen en ware moslims maken.

In deze dagen dienen wij in het bijzonder te bidden voor de Ahmadis die moeilijkheden en valse aanklachten ondervinden, te bidden voor de ummah van de islam, en te bidden dat de wereld, die zich snel richting ondergang beweegt, wordt gered. Moge Allah onschuldige mensen beschermen tegen schade en de kwaadwillenden ter verantwoording roepen. Ameen.