KJ-Summary-NL-20251219 KJ-Summary-FR-20251219
KJ-Summary-UR-20251219 KJ-Summary-BN-20251219
Samenvatting vrijdagpreek 19 December 2025
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Waarlijk, in de Profeet van Allah hebben jullie een voortreffelijk voorbeeld, voor ieder die Allah en de Laatste Dag vreest en Allah veelvuldig gedenkt. (33:22)
In de vorige vrijdagpreek belichtte Huzoor-e-Anwar (aba) verschillende aspecten van de edele morele eigenschappen die voortkomen uit het gezegende leven van de Heilige Profeet Mohammed (sa).
Toen Hazrat Aishah (ra) werd gevraagd naar het karakter en gedrag van de Heilige Profeet (sa), antwoordde zij:
“Hebt u de Koran niet gelezen?”
Want de Koran zelf verklaart:
“En voorwaar, jij bezit verheven morele eigenschappen.” (68:5)
Allah de Almachtige heeft de Heilige Profeet (sa) vastgesteld als een volmaakt voorbeeld voor de gehele mensheid. Het enkel belijden van geloof in hem is niet voldoende; het is noodzakelijk zijn onderricht in praktijk te brengen, en deze verantwoordelijkheid rust op iedere moslim.
De Heilige Profeet (sa) werd gezonden om het morele gedrag te vervolmaken, en elke edele eigenschap vindt haar hoogste uitdrukking in zijn gezegende persoon.
In elke omstandigheid, of het nu angst of tegenspoed betrof, vervulde de Heilige Profeet (sa) volledig de rechten van de aanbidding van Allah de Almachtige. Wanneer wij de rechten vervullen die Allah toekomen, neemt Hij op Zijn beurt onze moeilijkheden weg. Toen Hazrat Aishah (ra), bij het aanschouwen van de intense aanbidding van de Boodschapper van Allah (sa), vroeg waarom hij zich zo inspande terwijl hij reeds door Allah was uitverkoren en begunstigd, antwoordde hij:
“Zou ik geen dankbare dienaar van Allah zijn?”
Sommigen vragen waarom wij Allah zouden aanbidden terwijl Hij onze aanbidding niet nodig heeft. Het antwoord ligt precies hierin: vragen de ontelbare gunsten van Allah aan ons geen dankbaarheid?
Wanneer de Heilige Profeet (sa) naar de recitatie van de Koran luisterde, werd hij diep geraakt, vooral bij verzen die spraken over vrees en bestraffing. In navolging van zijn voorbeeld dienen wij onze eigen geestelijke toestand te beoordelen, zodat wij geen oorzaak worden van Zijn ongenoegen.
Zelfs in de laatste dagen van zijn leven, toen zijn gezondheid uiterst zwak was, droeg de Heilige Profeet (sa) Hazrat Abu Bakr (ra) op om het gebed te leiden. Toen zijn toestand enigszins verbeterde, begaf hij zich, met ondersteuning en met zijn voeten over de grond slepend, naar de moskee, uitsluitend om het belang van het gezamenlijk gebed voor de Ummah te benadrukken. Voortdurend leidde hij de mensen op verschillende manieren naar een hoogstaand moreel gedrag.
Het gebed dient met zorg en waardigheid te worden verricht. Gemak en verlichting in het gebed betekenen geen haast of nalatigheid. De Heilige Profeet (sa) onderwees dat het gebed rustig moet worden verricht, met het gedenken van Allah, het zenden van zegeningen over de Heilige Profeet (sa), het verheerlijken van Allah’s eenheid en het prijzen van Hem, en met correcte naleving van ruku en sujud.
De Heilige Profeet (sa) verafschuwde shirk zo sterk dat hij zelfs tijdens de pijn van zijn laatste ziekte waarschuwde tegen de praktijken van de Joden en Christenen, die de graven van hun profeten tot plaatsen van aanbidding hadden gemaakt en daardoor in shirk waren vervallen. Hij vermaande zijn Ummah met klem om zich tegen alle vormen van afgoderij te beschermen. Door de genade van Allah zijn wij Ahmadis, dankzij onze eed van trouw aan de Beloofde Messias (as), beschermd tegen deze vorm van shirk; toch moeten wij ons inspannen om het niveau van onze aanbidding verder te verheffen.
De Heilige Profeet (sa) leerde ook dat niemand het Paradijs zal binnengaan uitsluitend op basis van zijn daden. Toen hem werd gevraagd of dit ook op hemzelf van toepassing was, antwoordde hij dat zelfs hij het Paradijs niet zou binnengaan door zijn daden alleen, maar dat het de genade van Allah is die toelaat wie Hij wil.
Verder adviseerde hij dat niemand de dood zou moeten wensen. Als iemand rechtvaardig is, kan hij nog meer gelegenheden krijgen om goed te doen, en als iemand zondig is, kan hij nog steeds de kans krijgen om berouw te tonen en zich te hervormen.
Naast zijn eigen aanbidding moedigde de Heilige Profeet (sa) ook anderen aan tot aanbidding. Hij bezocht het huis van Hazrat Ali (ra) en Hazrat Fatimah (ra) om hen aan het gebed te herinneren. Het niet ontwaken voor het gebed is geen gevolg van goddelijke wil, maar van menselijke luiheid. De vermogens die Allah heeft geschonken, moeten correct worden ingezet in Zijn aanbidding. Het onderdrukken van iemands capaciteiten is geen deugd, ze op de juiste manier gebruiken is ware rechtschapenheid.
Wat betreft de rechten van anderen, zie hoe zachtmoedig en medelevend de Heilige Profeet (sa) met zijn familie omging. Hoewel hij al vroeg wees werd en werd opgevoed door zijn grootvader en oom, klaagde hij nooit. Zijn morele voortreffelijkheid was zodanig dat hij eens, toen hij langs een vrouw kwam die rouwde om het verlies van haar kind, haar aanspoorde tot geduld. Niet wetende wie hij was, antwoordde zij scherp dat hij het pas zou begrijpen als zijn eigen kind was gestorven. De Heilige Profeet (sa) zei kalm:
“Zeven van mijn kinderen zijn overleden,”
en hij vervolgde zijn weg.
Huzoor-e-Anwar (aba) vertelde meerdere van zulke voorvallen die het verheven morele karakter van de Heilige Profeet (sa) weerspiegelen en gaf aan dat in toekomstige preken, waar passend, nog meer voorbeelden zullen worden gedeeld.
Ter benadrukking van de verheven status van de Heilige Profeet (sa) verklaart de Beloofde Messias (as):
“Die man die de meest volmaakte was en een volmaakt profeet, die kwam met volledige zegeningen, door wie een geestelijke opstanding plaatsvond en een hele wereld die geestelijk dood was tot leven kwam, hij was de gezegende Profeet, het Zegel der Profeten, de Leider van de Reinen, de Trots van de Boodschappers, Mohammed Mustafa (sa).
O Geliefde God! Schenk deze geliefde Profeet (sa) zulke zegeningen en groeten als U sinds het begin van de schepping aan niemand anders hebt geschonken.”
Aan het einde kondigde Huzoor-e-Anwar (aba) het verrichten van de begrafenisgebeden aan.
Moge Allah de Almachtige beide overledenen vergeving en barmhartigheid schenken. Ameen.
