KJ-Summary-NL-20260116 KJ-Summary-FR-20260116
KJ-Summary-UR-20260116 KJ-Summary-BN-20260116
Samenvatting vrijdagpreek 16 Januari 2025
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
In de vorige vrijdagpreek zette Huzoor-e-Anwar (aba) de uiteenzetting voort over de liefde voor God aan de hand van het gezegende leven van de Heilige Profeet (sa).
Reeds vóór de aanvang van zijn profeetschap droeg de Heilige Profeet (sa) een waterzak bij zich en begaf hij zich alleen naar de grot van Ḥira, waar hij God aanbad. Hij verbleef daar meerdere dagen, keerde vervolgens naar huis terug om nieuwe voorraden te verzamelen en ging daarna opnieuw naar de grot van Ḥira met het doel God te aanbidden. Dit ging voort totdat Allah de Almachtige hem het profeetschap schonk. Volgens een overlevering van Hazrat Aisha (ra) begon de goddelijke verbinding aanvankelijk door middel van ware dromen, waarna Hazrat Jibril (Gabriël) (as) naar hem toe kwam in de grot van Ḥira met de eerste openbaring.
De Beloofde Messias (as) zei: De meeste mensen zijn, naar mijn ervaring, zodanig dat zij verwachten ogenblikkelijk dezelfde verheven rangen te verkrijgen door een of andere magische adem [van een geestelijke gids], en zo toegang te krijgen tot de Hemelse Troon. Wie kan groter zijn dan onze Heilige Boodschapper (sa)? Hij was de beste der mensen en de beste der boodschappers en profeten. Wanneer hij deze rangen niet verkreeg door een enkele ademstoot, wie zou dit dan wel kunnen? Overdenk alle inspanningen die hij in de grot van Ḥira verrichtte. Alleen God weet hoe lang hij zich heeft beziggehouden met smeekbeden en gebeden. Hij doorstond allerlei vormen van moeite en beproeving ter zelfreiniging. Pas daarna daalde de gunst van God de Almachtige op hem neer. De kern van de zaak is inderdaad dat zolang een mens zichzelf niet volledig ‘doet sterven’ en in een staat van zelfuitwissing treedt op de weg van God, er van de andere zijde geen aandacht wordt geschonken. Maar wanneer God ziet dat een persoon zijn uiterste best heeft gedaan en zichzelf ‘dood’ heeft verklaard om Hem te vinden, dan openbaart Hij Zich aan hem, zegent hem en verheft hem door de openbaring van Zijn macht.
Zijn gebeden waren van dien aard dat hij tijdens het verrichten van de ṣalah zo intens smeekte dat het klonk alsof er een pot aan het koken was. Hazrat Aishah (ra) verhaalt dat hij zijn staande houding in het gebed zo lang aanhield dat zijn voeten gezwollen raakten. Tijdens zijn laatste ziekte, waarvan de ernst zodanig was dat hij door zwakte herhaaldelijk het bewustzijn verloor, kwam hij, wanneer het tijd was voor het gebed, naar de moskee om God te gedenken, terwijl hij zijn handen liet rusten op de schouders van twee metgezellen. Hij verklaarde dat onder de zaken die hem het meest dierbaar waren: “de verkoeling van mijn ogen in het gebed ligt”.
Voorwaar, in die toestand van ziekte stond de islamitische wet hem toe de gebeden thuis te verrichten, maar het was zijn diepe liefde voor God die hem zelfs tijdens ernstige ziekte naar de moskee bracht. Hij wenste deze liefde voor God ook in de harten van zijn Ummah te verankeren. Wij dienen onszelf te overdenken: behoren wij tot degenen die slechts bidden voor wereldse behoeften, of dragen onze harten werkelijk liefde voor God in zich?
Het verlangen naar de gedachtenis van God was diep in zijn hart verankerd. Wanneer mensen zijn gezwollen voeten tijdens het gebed zagen, maakten zij zich zorgen over zijn gezondheid en vroegen waarom hij zichzelf aan zoveel ontbering onderwierp terwijl God hem reeds had uitverkoren. Hij antwoordde dan: “Zou ik geen dankbare dienaar van God moeten zijn?” En in deze geest van dankbaarheid wijdde hij zich nog meer aan aanbidding. Overdag hield hij zich bezig met huishoudelijke en bestuurlijke aangelegenheden, en vervolgens stond hij ’s nachts vroeg op voor aanbidding, waarbij hij voortdurend dankbaarheid uitdrukte terwijl hij nadacht over Gods zegeningen.
Hazrat Musleh-e-Maud (ra) verklaart dat de Heilige Profeet (sa) zei: “De verkoeling van mijn ogen is in het gebed gelegd.” Dit is een onderscheidende voortreffelijkheid die de islam bezit boven andere religies. Er bestaat geen volk ter wereld waarin aanbidding zo regelmatig is gemaakt als het gebed. Alle voorgaande religies legden de nadruk op uiterlijke rituelen, of hun tijden van aanbidding lagen zo ver uit elkaar dat de spiritualiteit verzwakte. De islam is de enige religie waarvan de volgelingen vijfmaal daags tot aanbidding worden geroepen, en geen enkele andere religie bezit dit onderscheid. Christenen en hindoes komen eenmaal per week samen voor aanbidding. Sommige individuen onder hen mogen dag en nacht aanbidden, maar deze bespreking betreft de gemeenschappelijke aanbidding. Het gebod om meerdere keren per dag te aanbidden werd uitsluitend gegeven door de Heilige Profeet (sa). Bovendien betekent ṣalah ook smeekbede, en op deze wijze legde de Heilige Profeet (sa) grote nadruk op het gebed. In de aanbidding van andere religies wordt de nadruk gelegd op uiterlijke aspecten om emotioneel genoegen te scheppen, zoals zang en muziek bij Ariërs en christenen. Maar de Heilige Profeet (sa) verklaarde dat hem een vorm van aanbidding was geschonken waarin ware verrukking bestaat, een verrukking waarmee geen enkele religie zich kan meten.
In antwoord op een brief schreef de Beloofde Messias (as) dat de praktische weg bestaat uit het zich richten op ware gehoorzaamheid aan de Boodschapper van Allah (sa). De Heilige Profeet (sa) toonde de grootste liefde voor twee handelingen: het gebed en de jihad. Over het gebed zei hij: “De verkoeling van mijn ogen is in het gebed,” en over de jihad zei hij dat hij verlangde te worden gedood op de weg van Allah, daarna weer tot leven te worden gebracht, vervolgens opnieuw te worden gedood en weer tot leven te worden gebracht, en daarna nogmaals te worden gedood.
Derhalve heeft de jihad in deze tijd een geestelijke vorm aangenomen. De jihad van deze tijd is het streven naar de verheffing van het woord van de islam, het beantwoorden van de beschuldigingen van tegenstanders, het verspreiden van de schoonheid van de ware religie van de islam over de gehele wereld en het openbaren van de waarachtigheid van de Heilige Profeet (sa) aan de mensheid. Dit blijft jihad totdat Allah de Almachtige een andere vorm daarvoor openbaart.
Vandaag dienen wij bijzondere aandacht te schenken aan onze aanbidding en onze gebeden. Indien wij ons inspannen om het voorbeeld van de Heilige Profeet (sa) te volgen, zullen de zegeningen zeker volgen.
Aan het einde verklaarde Huzoor-e-Anwar (aba) dat ook vandaag de Jalsa Salana van Bangladesh begint. Daar bestaat aanzienlijke tegenstand, daarom dienen er eveneens gebeden voor hen te worden verricht, opdat Allah de Almachtige iedereen moge beschermen en de Jalsa vreedzaam en veilig moge laten eindigen. Amin.
