KJ-Summary-NL-20260206 KJ-Summary-FR-20260206
KJ-Summary-UR-20260206 KJ-Summary-BN-20260206
Samenvatting vrijdagpreek 6 Februari 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
In de vorige vrijdagpreek zette Huzoor-e-Anwar (aba) de bespreking voort van de liefde voor en de aanbidding van God, zoals weerspiegeld in het gezegende leven van de Heilige Profeet Mohammed (sa).
Hij verklaarde dat aanbidding en liefde onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; ware aanbidding kan niet bestaan zonder liefde. Door te verkondigen: “Volgt mij” (فَاتَّبِعُونِ), heeft Allah de Almachtige ons geleid om te streven naar het bereiken van die verheven maatstaven. Het doel van de schepping van de mens is immers de aanbidding van Allah. Zoals de Heilige Profeet (sa) het ware recht van aanbidding heeft vervuld, zo dienen ook wij ernaar te streven onze maatstaven van aanbidding te verhogen door zijn voorbeeld te volgen.
Verschillende geboden met betrekking tot aanbidding uit de Heilige Koran werden aangehaald. Toen de Heilige Profeet (sa) deze geboden overbracht, toonde hij tevens de volmaakte praktische toepassing ervan door zijn eigen voorbeeld. Hij liet geen enkele gelegenheid tot aanbidding voorbijgaan en vestigde voortdurend de hoogste maatstaven van toewijding.
Hazrat Aishah (ra) verhaalt dat de Heilige Profeet (sa) eens bad in een mantel met patronen. Doordat deze patronen zijn aandacht tijdens het gebed enigszins afleidden, zei hij: “Neem deze mantel weg en breng mij een effen mantel, opdat mijn concentratie in het gebed niet wordt verstoord.” De toelichting bij deze hadith benadrukt dat kleding voor het gebed eenvoudig dient te zijn en dat de aandacht tijdens het gebed op God gericht moet zijn, niet op het corrigeren van kleding. Alles wat de aandacht tijdens het gebed van Allah afleidt, wordt afgeraden.
De Heilige Profeet (sa) hield evenmin van zacht beddengoed, opdat hij niet in een diepe slaap zou vallen en nalatig zou worden in het gebed.
Hazrat Mu‘adh bin Jabal (ra) verhaalt dat hij, terwijl hij samen met de Heilige Profeet (sa) op een kameel reed, hem hoorde zeggen: “Het recht van Allah over Zijn dienaren is dat zij Hem aanbidden, en het recht van de dienaren over Allah is dat Hij hen niet straft.” De Heilige Profeet (sa) droeg niet alleen zorg voor zijn eigen aanbidding, maar spoorde ook zijn metgezellen aan hetzelfde te doen; deze aansporing geldt eveneens voor ons.
Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat binnen het Jama‘at-systeem sommigen, wanneer zij worden herinnerd aan het belang van de dagelijkse gebeden, antwoorden: “Wie bent u om ons ter verantwoording te roepen? Dit is een zaak tussen ons en God.” Terwijl de Heilige Profeet (sa) zelfs toezicht hield op zijn metgezellen (ra) om te zien wie van hen het Tahajjud-gebed verrichtte. Toen eens de naam van Hazrat Abdullah (ra) werd genoemd, merkte hij (sa) op: “Hij is een zeer goed man, als hij slechts het Tahajjud-gebed zou verrichten.”
Elke handeling van de Heilige Profeet (sa) was een daad van aanbidding, omdat zij werd verricht ter wille van het welbehagen van God en in overeenstemming met Zijn gebod. Toch verklaarde hij (sa) dat vergeving slechts door de genade van God wordt geschonken. Om die genade te verkrijgen, zijn echter rechtschapen daden noodzakelijk.
De mate van smeekbede in zijn gebeden was zodanig dat overleveringen vermelden dat het tijdens zijn gebed klonk alsof een pot aan het koken was. Hij benadrukte dat nederigheid en oprechte ontroering wezenlijk zijn in het gebed. Ook zijn voortdurende gedachtenis aan God was op zichzelf een daad van aanbidding.
Voordat hij ging slapen, reciteerde de Heilige Profeet (sa) Ayat al-Kursi en de laatste drie Quls driemaal, blies in zijn handen en wreef deze vervolgens over zijn lichaam, voor zover zijn handen reikten. Dit was zijn Sunnah en dient eveneens te worden nagevolgd.
Na de verplichte gebeden volgen de vrijwillige gebeden en de gedachtenis aan Allah. De gedachtenis aan Allah leidt de mens tot verdere goede daden, die gepaard moeten gaan met hoge morele standaarden en rechtschapen handelen. Louter mondelinge gedachtenis of het verrichten van rituelen is niet voldoende. Men dient eerst uitmuntendheid te bereiken in de verplichte aanbidding en vervolgens de genade van Allah te zoeken door vrijwillige aanbidding en gedachtenis, vrij van uiterlijk vertoon of schijnheiligheid. Het leven van de Heilige Profeet (sa) was eenvoudig en vrij van onnodige formaliteiten.
De Heilige Profeet (sa) besteedde bijzondere aandacht aan het gemeenschappelijke gebed. Op een bepaalde gelegenheid vroeg een blinde man toestemming om tijdens regenachtige dagen thuis te mogen bidden, aangezien zijn huis ver van de moskee was gelegen. De Heilige Profeet (sa) vroeg hem of hij de oproep tot het gebed thuis kon horen. Toen hij bevestigend antwoordde, zei de Heilige Profeet (sa) dat hij in dat geval naar de moskee moest komen om het gebed te verrichten.
De Heilige Profeet (sa) was een brenger van blijde tijdingen voor zijn volgelingen; deze blijde tijdingen kunnen echter slechts worden verkregen wanneer wij oprechte inspanningen leveren om de maatstaf van onze aanbidding te verhogen. Moge Allah de Verhevene ons in staat stellen van dit licht te profiteren, ons de kracht schenken om de rechten van Zijn aanbidding naar behoren te vervullen en ons het vermogen verlenen het gezegende voorbeeld van de Heilige Profeet (sa) te volgen. Ameen.
