KJ-Summary-NL-20261002 KJ-Summary-FR-20261002
KJ-Summary-UR-20261002 KJ-Summary-BN-20261002
Samenvatting vrijdagpreek 2 Oktober 2026
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
Huzoor-e-Anwar (aba) heeft gezegd:
Met betrekking tot de gunst van Allah de Almachtige vanaf het begin van zijn leven, de wijze waarop Allah de Almachtige met hem (as) handelde, en zijn volledige vertrouwen op Allah de Almachtige, heeft de Beloofde Messias (as) het volgende verklaard:
“Dertig jaar geleden werd mijn vader op hoge leeftijd ziek, een ziekte waaraan hij voorbestemd was te overlijden. Op die dag, rond het middaguur, ontving ik de openbaring: وَالسَّمَاءِ وَالطَّارِقِ , ‘Bij de hemel en de morgenster.’ Tegelijkertijd werd mij in het hart gelegd dat dit een verwijzing was naar zijn overlijden. In werkelijkheid was dit een vorm van troost van Allah de Almachtige.”
De Beloofde Messias (as) verklaart dat hij, toen hem het bericht werd meegedeeld, enig verdriet voelde. Zijn vader had tijdens zijn leven bepaalde rechten en voorzieningen van de regering ontvangen, waardoor de vrees in hem opkwam dat er nu moeilijke en financieel zware tijden voor hen zouden aanbreken.
Op dat moment ontving hij, terwijl hij in een toestand van slaperigheid verkeerde, de openbaring: أَلَيْسَ اللَّهُ بِكَافٍ عَبْدَهُ , “Is Allah dan niet voldoende voor Zijn dienaar?” Door deze goddelijke openbaring werd zijn hart gesterkt, zoals een ernstige en pijnlijke wond door een geneesmiddel wordt verzacht en genezen. Dit is herhaaldelijk ervaren: in de goddelijke openbaring ligt een bijzondere eigenschap die het hart troost en geruststelt. Hij was er namelijk van overtuigd dat Allah voldoende is en dat er geen reden is zich ergens zorgen over te maken.
Hij (as) heeft verklaard:
“Toen deze openbaring tot mij kwam, begreep ik onmiddellijk dat God mij niet verloren zou laten gaan. Vervolgens schreef ik deze openbaring op voor een hindoe, een Khatri genaamd Malla Wamal, die in Qadian woonde. Ik vertelde hem het gehele voorval en stuurde hem onmiddellijk naar Amritsar, zodat hij via Muhammad Sharif Sahib Kalanuri de woorden in een edelsteen kon laten graveren en er een zegelring van kon laten maken. Ik zorgde ervoor dat deze hindoe als getuige zou optreden en dat ook Maulvi Muhammad Sharif getuige zou zijn. Via Maulvi Sahib werd de ring uiteindelijk voor een bedrag van vijf roepies vervaardigd en bij mij gebracht. Tot op heden is deze in mijn bezit.”Huzoor-e-Anwar (aba) zei hierover dat deze ring, door de genade van Allah, tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven.
Huzoor-e-Anwar (aba) verklaarde verder dat ook niet-Ahmadi’s zijn vertrouwen op Allah en zijn standvastigheid in het vasthouden aan de waarheid erkenden.
Malik Salahuddin Sahib vertelt dat tijdens een bijeenkomst iemand begon met het uiten van bezwaren tegen de Beloofde Messias (as). Maulvi Fazal Din Sahib, een niet-Ahmadi advocaat die de Beloofde Messias (as) als advocaat bij een zaak betreffende een vermeende poging tot moord vertegenwoordigde, reageerde daarop zeer geëmotioneerd en zei:
“Ik ben overtuigd van de grootse persoonlijkheid en het voortreffelijke karakter van Mirza Sahib. Ik heb vele zeer vrome mensen gezien die, wanneer zij juridisch advies kregen, hun verklaring veranderden. Maar bij hem heb ik gezien dat hij geen enkele stap afweek van de waarheid.
Tijdens de zaak van Martin Clark stelde ik een juridische verklaring voor en zei ik dat een verklaring van de verdachte niet onder ede wordt afgelegd. Mirza Sahib las de verklaring en zei: ‘Maar hierin staat een leugen. God de Almachtige heeft niet toegestaan dat een verdachte liegt.’
Ik zei: ‘Waarom brengt u zichzelf bewust in moeilijkheden?’
Maar de Beloofde Messias (as) antwoordde: ‘Zou ik mijn God vertoornen door deze juridische verklaring af te leggen en daar op onrechtmatige wijze voordeel uit te halen? Dat is onmogelijk, wat er ook gebeurt.’”
Hij zei verder dat de Beloofde Messias (as) had verklaard:
“Ik heb nooit zelfs maar gedacht dat ik voordeel zou hebben van uw vertegenwoordiging als advocaat. Mijn vertrouwen is in God, Die mijn hart ziet, en op Hem vertrouw ik.”
Hij (as) zei vervolgens dat zijn eigen verklaring meer effect zou hebben dan de juridische verklaring die de advocaat had opgesteld.
Hij verklaarde: “Zelfs als ik gestraft word, zal ik tevreden zijn dat ik God niet ongehoorzaam ben geweest.”
En het opmerkelijke was dat hij uiteindelijk werd vrijgesproken.
Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat juridische vertegenwoordiging slechts een werelds middel is, maar dat men zijn vertrouwen op Allah de Almachtige behoort te stellen. Zelfs deze niet-Ahmadi kon niet anders dan hierdoor geraakt worden.
Huzoor-e-Anwar (aba) vermeldde vervolgens dat Hazrat Mufti Muhammad Sadiq (ra) heeft verklaard dat de Beloofde Messias (as) het volgende zei:
“Volgens de mensen van tegenwoordig bestaat beschaving hierin dat men een slaaf van de wereld wordt, God vergeet en zich gaat richten op het aanbidden van uiterlijke middelen. Maar volgens God de Almachtige bestaat ware beschaving hierin dat men volledig vertrouwen in Allah de Almachtige verkrijgt en dat het hart ware zuiverheid bereikt.”
Hij (as) verklaarde verder:
“Tawakkul,volledig vertrouwen op Allah, betekent dat men de middelen die Allah de Almachtige heeft voorgeschreven, naar vermogen bijeenbrengt en zich vervolgens volledig tot het gebed wendt, opdat God het resultaat tot een goed einde brengt.
Er zijn honderden rampen die zelfs deze middelen volledig teniet kunnen doen. Wis deze weg en deze middelen uit, indien nodig, en breng ons desondanks naar onze bestemming.”
Huzoor-e-Anwar (aba) zei vervolgens dat Hazrat Musleh Maud (ra) het volgende heeft verteld:
“Twee of drie jaar vóór het overlijden van de Beloofde Messias (as) kreeg hij een ernstige hoest. Ik was toen zeventien jaar oud en het was aan mij toevertrouwd hem medicijnen toe te dienen. Ook de voorschriften van Hazrat Khalifatul Masih I (ra) werden gebruikt, evenals andere medicijnen, maar de hoest werd steeds erger.
Dit vond plaats in 1907. De afvallige Abdul Hakim had, nadat hij over de ernstige hoest van de Beloofde Messias (as) had gelezen, schriftelijk verklaard dat hij, God verhoede het, aan tuberculose zou overlijden. Daarom was ik zeer voorzichtig, opdat ik hem geen aanleiding zou geven tot vreugde over een dergelijke ontwikkeling.
Soms duurde een hoestaanval zo lang dat het leek alsof zijn ademhaling zou ophouden. Op een dergelijke dag kwam er van buitenaf een vriend die fruit als geschenk had meegebracht. Ik bracht het fruit naar de Beloofde Messias (as) en zei dat deze persoon het had gebracht.
Toen hij het zag, zei hij: ‘Zeg tegen hem: Moge Allah hem belonen.’
Vervolgens pakte hij een banaan. Misschien om mij een les te leren, vroeg hij: ‘Hoe is dit bij een hoest?’
Ik antwoordde: ‘Dat is niet goed.’
Daarop glimlachte hij en begon de banaan te pellen en op te eten.
Ik zei: ‘De hoest is zeer ernstig en dit is niet goed bij een hoest.’
Hij glimlachte, pelde de banaan verder en bleef hem opeten. Uit onwetendheid drong ik opnieuw aan.
Toen zei hij: ‘Zojuist heb ik de openbaring ontvangen: “De hoest is verdwenen.”’
Hoewel hij geen enkel geneesmiddel had gebruikt, verdween de hoest. Dit gebeurde uitsluitend door goddelijke interventie.”
Huzoor-e-Anwar (aba) verklaarde dat hij hier, indien Allah het wil, in een toekomstige toespraak verder op zal ingaan.
Aan het einde van de toespraak vermeldde Huzoor-e-Anwar (aba) de namen van de volgende overledenen en kondigde hij aan dat het gebed voor de overledenen bij afwezigheid zou worden verricht:
- Geëerde Ata-ur-Rahman Sahib uit West-Bengalen, India.
- Geëerde mevrouw Khadija Siddiqa Kunto Sahibah uit Indonesië.
Huzoor-e-Anwar (aba) bad voor de vergeving van alle overledenen en voor de verhoging van hun spirituele rang en status.
