Op 28 november 2025 hield het wereldwijde hoofd van de Ahmadiyya Moslimgemeenschap, Zijne Heiligheid Hazrat Mirza Masroor Ahmad, zijn vrijdagpreek vanuit de Mubarak-moskee in Islamabad, Tilford, Verenigd Koninkrijk.
In het vervolg van zijn uitgebreide serie over de expeditie van Tabuk sprak Zijne Heiligheid over de oprechtheid en moed van de vroege moslims, en trok hij lessen die ook vandaag de dag nog relevant zijn voor gelovigen en de bredere samenleving.
In het openingsgedeelte van de preek legde Zijne Heiligheid uit dat toen de Heilige Profeet Mohammed (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) veilig terugkeerde uit Tabuk, veel van de huichelaars die hadden geweigerd om mee te gaan op de expeditie naar hem toe kwamen in de moskee, excuses aanboden en eden aflegden om verwijten te vermijden.
Zijne Heiligheid zei dat hoewel de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) hun uiterlijke verklaringen accepteerde en hun innerlijke realiteit aan God overliet, de Heilige Koran zelf de leegheid van hun beweringen blootlegde en een tijdloze norm voor verantwoordelijkheid vaststelde. Onder verwijzing naar verzen uit hoofdstuk 9 legde hij uit dat deze verzen een waarschuwing zijn tegen elke cultuur waarin mensen zich door retoriek of theatrale vertoningen van hun verantwoordelijkheid proberen te onttrekken, terwijl ze de inhoud van dienstbaarheid en loyaliteit missen.
Zijne Heiligheid legde verder uit dat er onder degenen die achterbleven in Tabuk vier verschillende groepen waren: degenen die formeel door de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) waren geïnstrueerd om in Medina te blijven voor noodzakelijke taken; degenen die echt niet konden reizen vanwege armoede of ziekte; de huichelaars, wier gedrag de Heilige Koran sterk veroordeelde; en ten slotte een kleine groep oprechte gelovigen die puur uit zwakheid en uitstel achterbleven. Van deze laatste groep noemt de Heilige Koran drie metgezellen op basis van categorie in plaats van naam, waarbij wordt benadrukt hoe hun schuld en berouw een eeuwige les voor alle moslims werd.
Zijne Heiligheid vertelde in detail het persoonlijke getuigenis van een van deze drie metgezellen, Hazrat Ka’b bin Malik (moge Allah tevreden over hem zijn), die zijn fout openlijk toegaf aan de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) in plaats van excuses te verzinnen. Zijne Heiligheid vertelde hoe Ka‘b bin Malik zich in de moskee meldde en, ondanks dat hij wist dat anderen door valse voorwendselen aan berisping waren ontsnapt, ervoor koos om ronduit te bekennen dat hij geen geldige reden had om achter te blijven. Zijne Heiligheid citeerde zijn woorden zoals die in de preek werden verteld:“Nee, bij Allah, ik had geen excuus. Bij Allah, ik was nog nooit in mijn leven in betere gezondheid en rust geweest dan op het moment dat ik bij u achterbleef.”
Zijne Heiligheid legde uit dat dit moment van pijnlijke eerlijkheid het keerpunt werd voor Ka’b bin Malik en de andere twee metgezellen die achterbleven. Hoewel de Heilige Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) de gemeenschap tijdelijk opdroeg het sociale contact met hen te verbreken, en de drie mannen vijftig dagen van diepe angst en zelfreflectie doormaakten, leidde hun oprechtheid en eerlijkheid uiteindelijk tot volledige vergeving en spirituele verheffing. Zijne Heiligheid citeerde nog een krachtige uitspraak, opnieuw in de woorden van Ka’b bin Malik zelf, om te laten zien hoe deze berouwvolle houding zijn hele kijk op het leven veranderde:“Ik zei: ‘O Boodschapper van Allah, Allah heeft mij verlossing geschonken vanwege mijn oprechtheid, en als onderdeel van mijn berouw beloof ik nu dat ik altijd de waarheid zal spreken zolang ik leef.’”
Zijne Heiligheid benadrukte dat dit incident laat zien hoe de islam niet alleen hypocrisie veroordeelt, maar ook actief degenen eert die voor de waarheid kiezen, zelfs als dat persoonlijk kostbaar of vernederend is. De morele overwinning van deze drie metgezellen, die vereeuwigd is in de verzen van de Heilige Koran, staat in contrast met degenen die hun uiterlijk wilden redden door ontkenning en eden. Zijne Heiligheid onderstreepte dat dit incident een herinnering is dat echte hervorming en verzoening alleen kunnen beginnen wanneer mensen hun mislukkingen eerlijk onder ogen zien en zich oprecht tot God wenden.
