FAQs

Wat is jihad?

Het Arabisch woord jihad is afgeleid van het werkwoord jahada – wat betekent streven of strijden. In de islamitische terminologie betekent het een inspanning leveren, moeite doen en streven voor een nobel doel. Het woord wordt in het algemeen gebruikt voor elk type van streven in Gods weg. Volgens de islamitische leer zijn er drie grote types van jihad en ze leiden allemaal tot het vestigen en bevorderen van vrede in de maatschappij, zoals hieronder uitgelegd zal worden.

Types van jihad

Volgens de islamitische leer zijn er drie hoofdcategorieën van jihad:

  1. Jihad-e-Akbarw.z. jihad van de grootste orde.
    Dit is de jihad van zelf-hervorming. De strijd is tegen onze eigen verleidingen zoals gulzigheid, lust en andere wereldse verleidingen. Dit is de reis van een persoon van een ‘dierlijk’ bestaan, d.w.z. leven voor onmiddellijke bevrediging of aanschaf, naar een bestaan waar zijn geest voldoende discipline heeft om moreel te handelen. Dit type van jihad is levenslang verplicht voor ieder moslim.
  2. Jihad-e-Kabir, d.w.z. grote jihad.
    Dit is de jihad voor de propagatie van de waarheid, de boodschap van de Koran. De Koran schrijft ook voor aan ons om zijn boodschap te verspreiden met wijsheid, verdraagzaamheid en met respect voor het geloof van anderen.

Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en goede raad… (16:126)

En scheldt degenen, die zij naast Allah aanroepen niet uit, anders zullen zij uit nijd in hun onwetendheid Allah uitschelden. Zo hebben Wij voor elk volk hun daden schoon doen schijnen. Dan zullen zij tot hun Heer terugkeren en Hij zal hen inlichten over hetgeen zij plachten te doen. (6:109)

Het verbiedt het gebruik van enige vorm van dwang

Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend. 2:257

Iemand die zijn tijd, inspanning, rijkdom of kennis toewijdt aan de vestiging van gerechtigheid, beoefent jihad-e-akbar volgens de Koran. Dit is ook verplicht voor alle moslims.

  • Jihad-e-Asghar, d.w.z. jihad van de lagere orde.
    Dit is de jihad van een defensief gevecht. De Koran heeft duidelijk dit type van jihad enkel toegelaten indien er wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden en het verbiedt ook elke vorm van overtreding.
  1. Het gevecht mag enkel defensief zijn en niet aanvallend zijn.
    En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen, die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief. (2:191)
  2. Moslims moeten onder onderdrukking geleden hebben bij het beoefenen van hun religie en levensbedreigingen gehad moeten hebben.
  3. Moslims moeten uit hun huizen gedreven zijn; de leer is om initieel de plaats van onderdrukking te verlaten. Indien de onderdrukker de moslims aanvalt om hen te stoppen met het beoefenen van hun religie op de nieuwe woonplaats en hun leven bedreigt, (enkel in deze omstandigheden) krijgen de moslims toestemming om de wapens op te pakken in een defensief gevecht.

Verder zijn er duidelijke richtlijnen van wat mag en wat niet mag gedaan worden door moslims in een oorlog.

  • Burgers die niet vechten tegen de moslims mogen niet aangevallen of gedood worden.
  • Gewassen of andere bronnen van voeding en water en het vee of andere dieren mogen niet vernield worden.
  • Ziekenhuizen, weeshuizen en andere veilige plaatsen en toevluchtsoorden mogen niet vernield worden.
  • Moskeeën, kerken, synagogen of andere gebedsplaatsen mogen niet vernield worden.
  • Vrouwen, kinderen, ouderen en gehandicapten moeten onaangetast blijven.
  • Indien de aanvaller stopt met aanvallen of een verdrag aanbiedt, moet het aanvaard worden en het gevecht moet onmiddellijk gestopt worden.
  • Vluchtende onderdrukkers moet niet achtervolgd worden voor een onnodige lengte en moeten toegelaten worden om terug te keren naar hun huizen.
  • Krijgsgevangenen moeten behandeld worden met respect en moeten hun basisbehoeften krijgen en moeten zo snel mogelijk na het gevecht vrijgelaten of vrijgekocht worden.

Het is dus duidelijk dat het doel van zulk gevecht is om vrede te herstellen en geen agressie te begunstigen. Het is belangrijk om te onthouden dat de start van zulk gevecht niet in de handen van de moslims ligt maar enkel gestart kan worden door de onderdrukker terwijl er aan de bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan.

Jihad en de Heilige Profeet (saw)

Het hele leven van de profeet Muhammad(saw) was toegewijd aan jihad. Waarvan louter (ongeveer) vier maanden hij defensieve oorlogen had gevoerd waarbij het doel ver weg van conflict lag.

Hij besteedde de eerste 13 jaar van zijn profeetschap met het verspreiden van de boodschap van de Koran onder intense en heftige onderdrukking in Mekka, maar nooit hief hij zijn vinger op als antwoord. Hij migreerde van Mekka naar Medina, maar de Mekkanen bleven hem achtervolgen in Medina. Pas toen ze oorlog gingen voeren om de moslims te vermoorden in Medina, kregen de moslims toestemming om te vechten om zichzelf te verdedigen en dat ook enkel om in vrede te kunnen leven en God te aanbidden.

Op een keer tijdens het terugkomen van een oorlog (met bovenstaande uitleg) herinnerde de profeet Muhammad (saw) zijn volgelingen eraan dat ze terugkeren van de jihad van een lagere orde naar de jihad van de grootste orde en dat ze terug inspanningen moeten leveren voor zelf-hervorming zonder enige vertraging.

Op een andere gelegenheid zei de profeet Muhammad (saw) dat van allen die jihad doen, de meest verheven degene is die strijdt tegen zijn eigen passies. (Ibne Maja, Kitabul Fitn)

Wie mag deelnemen aan jihad?

Wat jihad-e-akbar, de jihad van zelf-hervorming, strijd tegen eigen passies, en jihad-e-kabir, streven om het woord van God te verspreiden, betreft, zijn ze allebei levenslang verplicht voor alle moslims.

Wat jihad-e-asghar, de defensieve oorlog om de vrijheid van religie te verdedigen, betreft, is deze enkel verplicht voor gezonde volwassenen. Zie hierboven voor details over dit type van jihad.

Betekent jihad de uitroeiing van alle niet-moslims?

Neen.

Het doel van jihad is de ontwikkeling van een vredevolle maatschappij via zelf-hervorming van moslims naar hogere rangen van gerechtigheid. Via de spreiding van de leer van vrede, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid, respect voor andere religies en de volgelingen ervan. Moslims zijn enkel toegelaten te vechten voor zelfverdediging indien ze aangevallen worden door hun geloof en verboden worden God te aanbidden. Het is een daad van zelfverdediging en niet een handeling van agressie. Indien de aanvaller het gevecht stopt, zijn de moslims verplicht om ook te stoppen voor de vestiging van vrede.

En als zij tot vrede neigen, neigt u er dan ook toe en legt uw vertrouwen in Allah. Voorzeker Hij is Alhorend, Alwetend. (8:26) Zie hierboven voor meer details.

Het voorbeeld van de stichter van de islam, de profeet Muhammad (saw), is een zeer duidelijke demonstratie van dit punt. Na acht jaren van verdrijving en dwang tot defensieve oorlogen tegen de onderdrukkers, die de intentie hadden om de moslims en de profeet Muhammad (saw) te vermoorden en om ‘de religie van islam uit te wissen’, verklaarde hij pardon voor alle Mekkanen bij de verovering van Mekka. De Mekkanen kregen ook de vrijheid om hun eigen religie te blijven beoefenen.

Sommige Mekkanen waren hierop zo verbaasd dat ze het eerst niet geloofden en wegvluchtten, waaronder 1 van hun leiders Ikrama. Hij werd teruggeroepen door zijn vrouw die hem geruststelde dat ze persoonlijk de profeet Muhammad (saw) had ontmoet en had vastgesteld dat de vergiffenis realiteit is. Ikrama keerde bang terug, maar bij het realiseren van de feiten, was hij zo onder de indruk dat hij besloot om te bekeren tot de islam. Dit is in feite een typische manier waarop de islam verspreid werd onder de niet-moslims in de vroege geschiedenis.

Er zijn voorbeelden van het moslimleger die vocht voor de bescherming van hun burgers, inclusief niet-moslims. Getuigenissen van de bescherming van de rechten van mensen van andere religies om te leven, vrij te denken en hun religie te beoefenen in een islamitische staat werden herhaaldelijk gegeven door verschillende Joodse en christelijke geschiedschrijvers m.b.t. de eerste eeuwen van de islamitische staten in Spanje, Iraq, Arabië, Noord-Afrika en Syrië.

De beloofde Messias (as) zei: “Niemand van de ware moslims die ooit hebben geleefd, geloofden dat dwang nodig is om de islam te verspreiden. De islam is altijd gegroeid op basis van de kracht van zijn inherente kwaliteiten van excellentie.” (Tiryaq ul Qulub, Roohani Khazain, Vol.15, p167)

Het is ook overduidelijk in de Heilige Koran dat mensen van verschillende religies vrijheid moeten krijgen om hun religie te beoefenen (2:257). De islam verkondigt geen monopolie over bevrijding en waarheid (2:63,3:114-116, 35:24-25). De islam accepteert de waarheid en authenticiteit van de stichters van andere goddelijke geopenbaarde religies (16:37, 2:286, 4:151-153). De islam leert zijn volgelingen om rechtvaardig en respectvol te blijven t.o.v. de volgelingen van andere religies (60;8, 5:3).

Referenties

In de referenties van de verzen uit de Heilige Koran wordt de eerste vers van elke surah ‘Bismillah…(In naam van Allah…)’ meegeteld. Sommige teksten, waarin dit vers niet wordt meegeteld, zal de vers gequoteerd in bovenstaande FAQ één vers voor het gequoteerde nummer te vinden zijn. Alle Koranverzen komen uit de Nederlandse vertaling van de Heilige Koran van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap.

In islamitische FAQs zijn de woorden ‘(saw)’ na de woorden ‘profeet Muhammad’ gebruikt voor het gemak van niet-moslimlezers. ‘Saw’ staat voor ‘Sallallahu ‘alaihi wa sallam’ wat betekent ‘Vrede en zegeningen van Allah zij met hem’.

Welke straf staat voor afvalligheid in Islam?

Er is geen straf voor afvalligheid in Islam.
De Koran legt de nadruk op vriendelijkheid en tolerantie in zaken die betrekking hebben op religie. De volgende vers uit de Heilige Koran illustreert een perfect voorbeeld:

Er is geen dwang in de godsdienst.
(2:257)

Islam legt de nadruk op vrijheid van religie, zo staat in hoofdstuk 109 van de Heilige Koran:

Derhalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst.

Bovendien is er geen enkel voorbeeld van straf voor afvalligheid uit het leven van de Heilige Profeet (saw).

In de Koran staat duidelijk dat diegenen die de Islamitische religie verlaten en afvallig worden, zullen behandeld worden door God:

Voorzeker, degenen die geloven, daarna verwerpen, dan wederom geloven dan wederom verwerpen en daarna in ongeloof toenemen, hen zal Allah niet vergeven, noch zal Hij hen op de rechte weg leiden.
(4:138)

Nergens wordt een straf voorgeschreven in dit leven, aangezien religie een persoonlijke zaak is tussen mens en God. Mensen zijn daarom vrij te geloven in iedere religie en hun geloofsovertuiging te veranderen zonder ervoor gestraft te worden.God zal hen echter aansprakelijk stellen voor hun geloof.

Volgens de Islam, zullen alle niet-Moslims naar de hel gaan?

Het antwoord is kort ‘Nee’. De beslissing wie naar de hemel gaat en wie naar de hel gaat is volkomen aan God, want alleen Hij is op de hoogte van de harten van mensen en hun daden. Islam maakt aanspraak op het zijn van de perfecte godsdienst voor de mensheid en een godsdienst voor alle tijden en alle mensen.

Nu heb ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen.
(5:3)

Daarom beweert het uiteraard de beste leiding te bieden – welk indien gevolgd wordt, zal leiden naar het paradijs –maar enkel een Moslim zijn is niet voldoende om het paradijs te kunnen betreden. Het zijn de rechtvaardigen die door God worden beloond, deze kunnen Moslims zijn, Christenen, Joden, etc.

In de Koran staat dat mensen die goede daden verrichten, ervoor beloond zullen worden:

Er zal voor degenen die goede daden verrichten het goede zijn en nog meer.
(10:27)

Dus het is enkel aan God te oordelen wie het waardig is het paradijs te betreden.
Islam leert ons de kenmerken van de mensen die het paradijs zullen betreden:

Voorzeker, zij die geloven en goede daden doen en het gebed houden en de Za’kaat betalen, hun beloning is bij hun Heer en voor hen is geen vrees, noch zullen zij treuren.
(2:278)

Indien zij hadden geloofd en rechtvaardig gehandeld, zou een schonere beloning van Allah gewis hun deel zijn geweest, hadden zij het slechts geweten.
(Ch.2: V.104)

In de bovengenoemde voorbeelden wordt aan hen die in God geloven, goede daden verrichten, rechtvaardig zijn, het gebed verrichten en aalmoezen betalen, beloofd dat zij zullen worden beloond door God – en dit kan de ultieme beloning van het binnentreden van het paradijs in het hiernamaals bevatten.

Voorzeker, de gelovigen, de Joden, de Christenen en de Sabianen – wie onder hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden verrichten, zullen hun beloning bij hun Heer ontvangen en er zal geen vrees over hen komen, noch zullen zij treuren.
(2:63)

Indien een persoon Islam verwerpt nadat hij deze heeft gekend en volledig de waarheid ervan heeft begrepen, zal hij hierover door God bevraagd worden. Anders zal hij beoordeeld worden volgens zijn eigen religie of zijn begrip van goed en fout.

 

Wat is de straf voor godslastering in Islam? 

In Islam is er geen straf voor godslastering. Geen straf wordt hiervoor beschreven in de Heilige Koran, of in de overleveringen van de Heilige Profeet (saw). Islam bevordert de nood aan respect voor alle religies omwille van vrede binnen de samenleving, maar geeft geen straf voor godslastering ondanks dat het onbeleefdheid naar gelovigen kan veroorzaken.

Bewijs hiervan is te vinden in de overleveringen van de Heilige Profeet (saw) wanneer Abdullah bin Ubayyee (leider van de hypocrieten) voortdurend de Heilige Profeet (saw) beledigde en zich tegen hem verzette in Medina. Toen hij overleed, stond de Heilige Profeet (saw) bereid zijn overlijdensgebed te bidden toen een metgezel aan hem vroeg: “O Allah’s apostel! Zult u bidden voor deze man alhoewel hij dit en dat zei toen en toen?” en “dat hij een hypocriet is”. De Heilige Profeet (saw) negeerde zijn beweringen en zette voort met het bidden van het overlijdensgebed. (Sahih Bukhari, Volume 6, Boek 60, Nummer 192)

Het bovenvermelde voorbeeld toont dat de Heilige Profeet (saw) nooit straf heeft bevolen voor iemand die hem of God vernederde of beledigde. In tegenstelling, bad hij voor hen om juist geleid te worden. Er is uitgebreid geschreven over dit onderwerp, u wordt verwezen naar het boek ‘Murder in the Name of Allah’.
Indien iemand grof taal gebruikt tegen een heilig persoon of lering, dan adviseert Islam afstand te nemen van dergelijke mensen, zoals in de Heilige Koran staat vermeld,

Wanneer gij degenen ziet, die Onze tekenen bespotten, wendt u dan van hen af, totdat zij een ander gesprek beginnen. En als Satan het u doet vergeten zit dan niet, nadat het in uw herinnering opkomt, met het onrechtvaardige volk bijeen.
(6:69)

 

Wat is het perspectief van Islam over Joden?

Islam eist van Moslims om alle mensen van alle religies te respecteren en dit omvat duidelijk ook de volgers van het Jodendom

Joden worden beschouwd als één van de groepen beschreven als ‘Mensen van het Boek’. Dit is een titel dat gegeven is aan twee groepen mensen; de Joden en de Christenen. Aan beiden werden richtlijnen gegeven direct door hun stichters, Mozes (as) en Jezus (as).

Bovendien veroordeelt Islam geen individu aangezien iedereen een gelijke mogelijkheid heeft om het behagen van God te verdienen. Joden hebben dus dezelfde mogelijkheid en worden gerespecteerd in Islam en Islamitische gemeenschappen. Toen de Heilige Profeet (saw) naar Medina reisde en werd benoemd tot hoofd van de staat, stelde hij een verdrag op met de Joden gebaseerd op eerlijkheid en gelijke kansen. Een ander voorbeeld is de Gouden Tijdperk van Joodse cultuur in de Iberische Schiereiland, toen de Moslims over Spanje heersten in de achtste eeuw. In de Koran staat vermeld dat sommige Joden verantwoordelijk waren voor het willen vermoorden van Jezus (as) – een profeet van God – aan het kruis en verdienden hierdoor God’s ontevredenheid. Echter, zoals eerder vermeld, dit betekent niet dat alle Joden schuldig zijn of strafbaar, want in de Koran staat,

Voorzeker, de gelovigen, de Joden, de Christenen en de Sabianen – wie onder hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden verrichten, zullen hun beloning bij hun Heer ontvangen en er zal geen vrees over hen komen, noch zullen zij treuren.
(2:63)

Waarlijk, volgens Islam zijn er vele goede Joden geweest en het is waardig op te merken dat de meeste profeten die genoemd worden in de Heilige Koran Joods waren (Mozes (as), Aaron (as), David(as), Solomon(as), Elia (as), Johannes de Doper (as) en Jezus(as))

 

Zijn niet-Moslims toegestaan een moskee binnen te gaan? 

Ja.

De Koran verbiedt niemand een moskee te bezoeken (er van uitgaand dat zij geen wanorde zullen veroorzaken), aangezien het een Huis van God is dat gebruikt kan en moet worden voor het aanbidden van God door iedereen. Enkel afgoderij in een moskee is verboden, maar voor een bezoek is iedereen van harte welkom. Deze declaratie tegen afgoderij in een moskee was ter bescherming van de Ka’aba (en elk moskee) en ervan te verzekeren dat het een heiligdom zal blijven voor hen die in de eenheid van God geloven.
Volgens Islam zijn niet-Moslims zelfs toegelaten in de Heilige Moskee in Mekka en Medina.

Uit geschiedenis blijkt dat eens de Christenen van Najran de Heilige Profeet Mohammad(saw) kwamen bezoeken. Hij organiseerde de bijeenkomst in zijn moskee in Medina. Tijdens de vergadering vroegen de Christenen te mogen vertrekken uit de moskee voor gebed. De Profeet (saw) zei dat de moskee waarin zij zich bevonden een huis van God is en dat zij welkom waren hun gebeden hier te verrichten. Dus verrichten zij hun gebeden in de moskee van de Heilige Profeet (saw) (Ibn Hisham, I, 575-577).

 

Waarom hebben Moslim mannen een baard en dragen zij een tulband?

Moslims trachten het nobele voorbeeld van de Profeet van Islam (saw) te volgen. De Heilige Profeet (saw) had een baard en droeg een tulband, dit was de gebruikelijke verschijning van mannen in dat tijdperk en land. Echter, dit werd niet gedaan vanwege het volgen van gewoontes of traditie.

Het laten groeien van een baard wordt geassocieerd met vroomheid en mannelijkheid sinds duizenden jaren in vele culturen en beschavingen en is gewoon in vele religies. In het Sikhisme wordt de baard beschouwd als een deel van waardigheid en vroomheid van een man. In het Jodendom en Christendom lieten de oude priesters vaak hun baard groeien en werd het scheren ervan gezien als een teken van schaamte en schande. (1 Chronicles 19:5)
Islam heeft deze nobele traditie voortgezet. De Profeet van Islam (saw) moedigde aan de baard te laten groeien: Ibn Umar vertelde: De apostel van Allah (saw) heeft gezegd: “Knip de snor kort en laat de baard groeien.” (Sahih Bukhari, Volume 7, Book 72, Number 781)

Uit deze hadies blijkt dat er geen vaste maat of vorm voor de baard is, maar het moet langer zijn dan de snor. De snor moet niet helemaal weggeschoren worden en ook niet te lang zijn, want de hadies zegt ‘knip’. Een baard is de schoonheid van de man, dus moet het tevens netjes zijn.

‘Het laten groeien van de baard is één van de tekenen van natuur’.(Muslim)

Ook de Heilige Profeet (saw) liet zijn baard groeien en in de Heilige Koran staat dat als u van Allah houdt, volg de Profeet (saw) dan zal Allah ook van u houden. (3:32)

Betreffende een tulband is het waar dat vele Arabieren en Aziatische Moslims deze dragen uit gewoonte. Er is geen religieuze vereiste hiervoor. De reden dat Moslims een tulband dragen is omdat het de geest van Islam reflecteert, namelijk mensen aan God doen herinneren. Tijdens het gebed zijn Moslims vereist hun hoofd te bedekken, want zij bevinden zich in de aanwezigheid van hun Heer. Het bedekken van het hoofd is een teken van respect voor God. Zo verkiezen sommige Moslim mannen er voor om ook tijdens andere momenten hun hoofd te bedekken, ter herinnering aan hun geloof en aan God. De vorm van het bedekken van het hoofd is niet voorgeschreven en kan uitlopen van een pet tot hoed en tulband.

Binnen de Aziatische en Arabische cultuur staat de tulband ook symbool voor dat de persoon een geleerde of wijze man was. Dus het dient als een reflectie voor wat een ware Moslim dient te zijn – iemand die altijd bewust is van zijn Schepper en altijd geneigd is tot het opdoen van kennis.

 

De stichter van Islam

De Profeet Mohammad (saw) (570-632 CE) werd geboren in Mekka, Arabië. Hij was gekend voor zijn eerlijkheid en vroomheid. Hij was ook bezield met een sterke liefde voor Allah en de mensheid.

Hij huwde op de leeftijd van 25 jaar. Vijftien jaar later ontving hij zijn eerste Koran openbaring van Allah terwijl hij aan het mediteren was in de grot Hir’a, dichtbij Mekka. Dit markeerde het begin van de missie van Mohammad(saw) als de apostel van Allah. Zijn voornaamste boodschap was de eenheid van Allah en hij heeft dit tijdens zijn hele leven blijven benadrukken.

De Profeet Mohammad (saw) praktiseerde wat hij predikte en heeft een levend voorbeeld gegeven van alles dat de Islam ons leert. Zijn nederigheid, oprechtheid, tolerantie, moed, vriendelijkheid en wijsheid blijven voorbeeldig.

Het Heilige boek van de Islam

De Heilige Koran is het heilige boek van de Islam. Het is het woord van Allah en werd geopenbaard aan de Profeet Mohammad (saw) gedurende een periode van 23 jaar. Het is verspreid over 30 delen en 114 hoofdstukken.

Het bevat veel leringen en is een allesomvattende gedragscode voor de mensheid. Het bevat tevens talrijke profetieën, waarvan velen reeds vervuld zijn en velen nog vervuld moeten worden.

De Heilige Koran is in het Arabisch geschreven – de taal waarin het werd geopenbaard. Het woord Koran betekent iets dat herhaaldelijk voorgedragen wordt. Inderdaad Moslims reciteren de Heilige Koran meerdere keren gedurende hun leven. Er zijn vele Moslims die de gehele Koran hebben gememoriseerd. Ondanks dat het meer dan 1400 jaar oud is, is de tekst intact gebleven – zoals beloofd in de Koran door Allah. De vertaling van de Heilige Koran is inmiddels beschikbaar in meer dan 50 talen, inclusief Nederlands.