KJ-Summary-NL-20251205 KJ-Summary-FR-20251205
KJ-Summary-UR-20251205 KJ-Summary-BN-20251205
Samenvatting vrijdagpreek 5 December 2025
Gegeven door Hazrat Khalifatul Masih V (aba)
In de vorige vrijdagpreek vervolgde Huzoor-e-Anwar (aba) de beschrijving van het gezegende leven van de Heilige Profeet (sa), met name over de reis naar Tabuk.
In de vorige preek sprak Huzoor-e-Anwar (aba) over enkele oprechte gelovigen die door zwakte of nalatigheid achterbleven tijdens de Expeditie van Tabuk, en over wie de Heilige Profeet (sa) zijn ongenoegen had geuit. Hazrat Musleh Maud (ra) vertelde dit voorval ook in een preek uit 1936. Hij legde uit dat toen de Heilige Profeet (sa) de Moslims opdroeg om tijdelijk geen omgang te hebben met deze metgezellen, dit voor hen een enorme beproeving was. De hele bevolking van Medina bestond immers uit moslims, en zelfs de hypocrieten durfden niet met hen te spreken. Terwijl hij dit incident beschreef, gaf Hazrat Musleh Maud (ra) aan de Jama’at het volgende advies:
“Hier heb ik gemerkt dat wanneer bepaalde personen verboden wordt om contact te hebben, zij toch de huizen van Ahmadis in hun buurt blijven bezoeken, terwijl de buren ongeïnteresseerd lijken of doen alsof ze van niets weten. Sommigen hier voeden zulke ‘slangen’ op, maar zij moeten beseffen dat deze slangen God, Zijn Boodschapper of de Kalief geen schade kunnen berokkenen. Ze zullen alleen degene bijten die hen koestert. Met Allah’s genade zijn wij beschermd, want wie kan iemand schaden die Allah beschermt? Deze slangen bijten slechts wie zij kunnen bereiken, en het is triest dat mensen hun gedrag bewust negeren.”
Op een andere plaats, toen hij de bestraffing van Hazrat Ka‘b bin Malik (ra) toelichtte, gaf Hazrat Musleh Maud (ra) de Jama’at nog een belangrijk inzicht:Vandaag de dag zijn er mensen die, zodra hen om opheldering wordt gevraagd, meteen klagen dat hun vroegere diensten niet worden gewaardeerd. Men moet echter beseffen dat bestuur één zaak is en het uitvoeren van werkzaamheden een andere. Voor een gezonde organisatie moet iedereen die een fout maakt ter verantwoording worden geroepen, ongeacht zijn status. Werk daarom niet voor het geloof om geprezen te worden, en gedraag je niet alsof je God een gunst bewijst.
Na Tabuk traden ook vele andere Arabische stammen toe tot de Islam. Na zijn terugkeer vond nog één expeditie plaats: de Heilige Profeet (sa) stuurde Hazrat Khalid bin Walid (ra) naar Najran, waar de mensen als gevolg van zijn prediking de Islam aannamen.
De laatste militaire veldtocht in het leven van de Heilige Profeet (sa) was de Expeditie van Tabuk, en het laatste detachement dat hij uitzond was dat van Hazrat Usama (ra). Huzoor-e-Anwar (aba) vertelde vervolgens verdere details over deze expeditie.
Uit het noorden begon een dreiging te ontstaan vanuit het Romeinse Rijk. De Heilige Profeet (sa) benoemde Hazrat Usama bin Zaid (ra) tot bevelhebber en droeg hem op richting Syrië op te rukken. Twee dagen voor zijn heengaan waren alle voorbereidingen afgerond. De Heilige Profeet (sa) overhandigde Hazrat Usama (ra) persoonlijk de legerbanier.
Hij gaf hem de raad:Zoek de strijd niet op, maar als gevechten onvermijdelijk worden, voer ze dan met waardigheid. Sta geen onderlinge onenigheid toe en blijf eensgezind tegenover de vijand staan.
Onder Hazrat Usama dienden enkele vooraanstaande metgezellen, wat bij sommigen tot kritiek leidde. Toen de Heilige Profeet (sa) dit hoorde, zei hij:
“Eerder uitten jullie bezwaren toen ik zijn vader tot bevelhebber maakte, en nu opnieuw wanneer ik zijn zoon aanstel. Weet dat Usama inderdaad geschikt is om leiding te geven, net als zijn vader dat was.”
Zelfs tijdens zijn laatste ziekte bleef de Heilige Profeet (sa) erop aandringen dat het leger moest vertrekken. Op maandag bezocht Hazrat Usama (ra) hem, waarop de Heilige Profeet (sa) hem opnieuw opdroeg onmiddellijk te vertrekken. Hazrat Usama (ra) beval daarop tot afmars, maar kort daarna bereikte hem het bericht dat de Heilige Profeet (sa) in zijn laatste momenten verkeerde, waarna hij terugkeerde. Niet lang daarna overleed de Heilige Profeet (sa).
Na de bai’at aan Hazrat Abu Bakr (ra) stond deze erop dat hetzelfde leger toch zou uitrukken. Hoewel het hele Arabische Schiereiland in opstand was gekomen en huichelarij overal de kop opstak, en sommige vooraanstaande metgezellen adviseerden de expeditie uit te stellen voor de veiligheid van Medina, weigerde Hazrat Abu Bakr (ra) categorisch. Hij zei dat hij nooit een bevel van de Heilige Profeet (sa) ongedaan kon maken. Hij gaf het complete leger opdracht te vertrekken. Na veertig tot zeventig dagen keerde het leger zegevierend terug.
Huzoor-e-Anwar (aba) zei dat hiermee de reeks van de Ghazawaat afgerond is; toekomstige preken zullen, inshaAllah, verdere aspecten van het gezegende leven van de Heilige Profeet (sa) behandelen.
Daarna noemde Huzoor-e-Anwar (aba) twee overleden leden.
Moge Allah allen genade en vergeving schenken, hun rangen verhogen en de nabestaanden geduld en troost geven. Ameen.
