Jihad
(Door: Drs. Abdul Haq Compier)
Het begrip jihad zorgt wereldwijd voor grote problemen. Het creëert angst, wantrouwen en teleurstelling bij niet-moslims. In onze samenleving kan het gemakkelijk gebruikt worden als een instrument waarmee verdeeldheid kan worden gezaaid. Wanneer wij kiezen voor conflict, verspillen we daarmee ruimte in de kranten die we aan wetenschap konden besteden. We verspillen tijd in de Tweede Kamer die we konden besteden aan vergeten bevolkingsgroepen. We verspillen geld dat we aan onderwijs hadden kunnen geven. We leven in angst met onze buren, terwijl we in vertrouwen zouden kunnen leven. Daarom is het belangrijk dat we de juiste informatie tot ons nemen over dit onderwerp.
“De grote jihad is het gevecht tegen het kwaad in uzelve”
In een tijd van oorlog keerde Mohammed (s) met enkele van zijn metgezellen terug van een gevecht. Mohammed (s) zei: ‘Welkom. U bent gekomen van de kleine naar de grote jihad.’ Zijn metgezellen waren geschrokken. ‘Waar is dan dit grote gevecht?’, vroegen zij. Mohammed (s) antwoordde hen: ‘De grote jihad is het gevecht tegen het kwaad, in uzelve en in uwe gemeenschap’.(Kanzul Ummâl)
Om het begrip jihad goed te begrijpen ligt het meest voor de hand om terug te gaan naar het leven van de profeet Mohammed (s). Het was in zijn prediking dat het begrip jihad zijn intrede deed. Mohammed (s) heeft het begrip tijdens zijn leven gebruikt en toegelicht. Hoe deed het begrip zijn intrede? In de Koran, de verzameling van openbaringen aan Mohammed (s), zien we het woord jihad al heel vroeg. Mohammed (s) leefde toen in Mekka. Hij predikte daar als een éénling, naar aanleiding van zijn openbaringen. Zoals we ons voorstellen dat profeten zoals Jeremia en Zacharia hebben gepredikt in Jeruzalem. Het woord jihad vinden we voor het eerst in de openbaring:
“Dus volg de ongelovigen niet, en voer (jahid) ermee (i.e., de Koran) een grote strijd (jihadan kabiran) tegen hen.”(Koran 25:53)
De betekenis van het woord is hier zich met hart en ziel inspannen in het prediken van Gods Woord. Dit komt overeen met de letterlijke betekenis van het woord in de woordenboeken, waar het ‘streven’ betekent, of een inspanning leveren. Er kan geen sprake van zijn, dat het hier betekent dat iedereen behalve Mohammed (s) zou moeten worden gedood. In de tijd dat dit vers werd geopenbaard was er nog geen sprake van een fysieke strijd. In andere verzen wordt jihad in verband gebracht met het verlangen God te ontmoeten. En met goed doen, met name aan uw ouders:
“Wie de ontmoeting met Allah verwacht (wete dat) Allah’s vastgestelde tijd gewis komt. En Hij is de Alhorende, de Alwetende. En wie streeft (jâhadû), streeft slechts voor zichzelf; want Allah is onafhankelijk van alle werelden. Waarlijk Wij zullen de fouten dergenen die geloven en goede daden verrichten bedekken en hun de beste beloning geven voor wat zij deden. En Wij hebben de mens geboden, zijn ouders goed te doen.”(Koran 29:6-9)
“En zij, die naar Ons streven (jâhadû) – Wij zullen hen zeker op Onze wegen leiden. Voorwaar, Allah is met hen die goed doen.”( Koran 29:70)
Al deze verzen waren geopenbaard ver voordat er sprake was van een fysieke strijd. De betekenis van jihad is dus, zich met hart en ziel inspannen om het welbehagen van God te winnen. Dit behelst alle vormen van goed doen. Bidden, prediken, de armen helpen, uw familie verzorgen. Een moslim moet goed doen aan de hele schepping. Let op: in de Koran wordt het woord jihad nooit gebruikt in verband met een fysiek gevecht. Wanneer de Koran spreekt over oorlog, dan spreekt hij rechtstreeks over ‘qatala’, oftewel ‘vechten’ of ‘doden’.
“toestemming om te vechten is hen gegeven tegen wie gevochten wordt”
Voorgaande beantwoordt in principe de vraag over de betekenis van jihad. Het is mogelijk om een fysiek gevecht een jihad te noemen. Maar dan moet u aantonen dat u daarmee het welbehagen van God wint. Ook hierover bestaan helaas veel misverstanden. Het volgende deel van de lezing zal daarom gaan over de voorwaarden die de Islam stelt aan een fysiek gevecht. Wanneer is dit toegestaan? En wat zijn de regels van de strijd?
Ten eerste moet heel duidelijk zijn dat de Islam nooit geweld toestaat voor het verspreiden van het geloof, of als een straf voor iemand die niet gelooft. Dat zal blijken uit de volgende verzen:
“En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?.”(Koran 10:100)
“Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden.”(Koran 2:257)
“Wij weten het beste wat zij zeggen en gij zijt er niet om hen te dwingen. Vermaan dus met de Koran hem die Mijn bedreiging vreest.” (Koran 50:46)
Toch is er gevochten door Mohammed (s) en zijn metgezellen. Wat was daarvoor de reden? Mohammed (s) en zijn metgezellen zijn vanaf het begin van de prediking gedurende 13 jaar vervolgd, gemarteld en verschillende van hen zijn gedood. Hoewel zij zelfs waren gevlucht uit hun woonplaats Mekka naar de stad Medina, bleven hun vijanden hen vervolgen. Na 13 jaar verzamelden de leiders van Arabië een leger van duizend man om Mohammed (s) en 300 moslims te doden. Dit is het moment dat de Koran de moslims toestemming geeft om zich te verdedigen tegen degenen die het zwaard tegen hen hadden opgenomen:
“Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie gevochten wordt, omdat hun onrecht is aangedaan. Voorzeker, Allah heeft de macht hen bij te staan. Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat zij zeiden: ‘Onze Heer is Allah’. – En indien Allah sommige mensen niet met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, afgebroken zijn. Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt – Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.”(Koran 22:40-42).
Let allereerst op de woorden: ‘alleen omdat zij zeiden: “Onze Heer is Allah””. Het betreft hier een verdedigingsoorlog voor die situatie waarin men wordt vervolgd enkel en alleen omwille van het geloof. Dan: ‘degenen die ten onrechte uit hun huizen waren verdreven’: zelfs vluchten heeft voor hen geen uitkomst kunnen bieden. We moeten even stilstaan bij het moment waarop deze toestemming van zelfverdediging werd gegeven. De moslims waren al zo verzwakt door de vervolgingen, hun emigratie en hun kleine aantallen, dat ze in wereldse verhoudingen ze al geen kans meer hadden. Deze toestemming kan dus nooit als voorbarig worden beschouwd. Dit is ook de reden waarom het vers zegt: ‘Allah heeft de macht hen bij te staan.’ Zonder de hulp van God zouden ze geen kans hebben. En als ze zich zelfs zouden verdedigen, zou het een teken zijn van grote moed. Hun overwinning was dan ook een wonder. In dit gevecht was dat het resultaat van een zandstorm die opstak in de richting van de vijand. (Koran 8:18)
U ziet ook dat de Koran niet alleen de Islam het recht geeft om zich te verdedigen. Dit wordt gegeven aan alle godsdiensten. Gods speciale hulp wordt verder alleen beloofd aan degenen die streven naar rechtvaardigheid, en een eventuele overwinning niet zouden misbruiken voor hun eigen belangen:
“Degenen die, indien Wij hen op aarde vestigen, het gebed verrichten en de za’kaat betalen en het goede bevelen en het kwade verbieden. En het eindbesluit in alles berust bij Allah.”(Koran 22:42).
Over het verloop van de strijd zegt de Koran:
“En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen, die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief. (…) Maar indien zij (met strijden) ophouden, dan is er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onrechtvaardigen.”(2.191-194)
Verder:
“Zeg tot degenen die niet geloven, dat als zij ophouden (u te vervolgen), hetgeen voorbij is hen zal worden vergeven en indien zij er weer in vervallen, voorwaar, dan is er reeds het voorbeeld van vroegere volkeren.” (Koran 8:39)
“En als zij tot vrede neigen, neigt u er dan ook toe en legt uw vertrouwen in Allah. Voorzeker, Hij is Alhorend, Alwetend. En als zij u willen bedriegen is Allah voorzeker (als Helper) toereikend voor u. Hij is het, Die u heeft versterkt met Zijn hulp en met die der gelovigen.” (Koran 8:62-63)
“O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah’s zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: ‘Gij zijt geen gelovige’. Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn goede dingen in overvloed. Zo waart gij voor dien, maar Allah bewees u Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker, Allah weet wat gij doet.”(Koran 4:95)
Over vredesverdragen:
“[Vecht] Met uitzondering van diegenen der afgodendienaren met wie gij een verbond hebt gesloten en die in niets hebben gefaald, noch iemand tegen u hebben geholpen. Vervult daarom met dezen het verbond tot zijn bepaalde termijn. Voorzeker, Allah heeft de godvruchtigen lief.”(Koran 9:4)
De Koran leert nergens het nemen van burgers als gijzelaars:
“Een profeet kan geen gevangenen maken voordat hij tot geregeld vechten in het land komt. Gij wenst de goederen van deze wereld, terwijl Allah het Hiernamaals voor u wenst. En Allah is Almachtig, Alwijs.”(8:68)
“En wanneer de oorlog opgehouden is, laat [de krijgsgevangenen] dan vrij uit gunst, of voor een losprijs.”(47:5)
Krijgsgevangen moeten met grote zorg worden behandeld. Vlak voor zijn overlijden zei Mohammed (s) in zijn laatste toespraak:
“Mensen luistert. Gij hebt onder u nog enige krijgsgevangenen des oorlogs. Ik gebied u, dat gij hen spijzigt en kleedt als uzelve. Mochten zij enig verkeerds begaan, dat gij niet vergeven kunt, laat dan iemand anders voor hen zorg dragen. Zij zijn schepselen Gods; het is een onrecht, hen leed toe te brengen of enige last.”(Sihah Sitta, Tabari, Hisham, Khamis)
De moslims hanteerden in de tijd van Mohammed (s) en de eerste kaliefen strenge regels voor het oorlog voeren. Ik lees u als voorbeeld de instructie die Mohammed (s) gaf aan zijn leger, toen dat de moslimgemeenschap moest verdedigen tegen een aanval van de Romeinen:
“Wanneer u dan te Syrië aankomt, zult gij hen ontmoeten, die God veel gedenken in hun huizen des gebeds. Gij zult hen niet lastig vallen, noch hen bestrijden. Wanneer gij wandelt in vijandig gebied, doodt geen vrouwen en geen kinderen; noch de blinden, noch de ouderen. Hakt geen bomen om, noch verniel enig gebouw. (Halbiyya vol. III)
De moslims hebben de plicht alle bevolkingsgroepen en religies te beschermen
De moslims bevochten altijd een vijand die hèn had aangevallen omwille van hun geloof. Ze werden niet bewogen door de begeerte een islamitisch rijk te vestigen ten koste van de vrijheid en de levens van anderen. Wie geprobeerd heeft de Koran in praktijk te brengen, zal hebben gezien dat die begeerte zou indruisen tegen de strekking van de Koran, omdat de Koran geen wereldse begeerten leert. De Koran leert barmhartigheid betonen aan de hele schepping. We kunnen de beweegredenen van de moslims terugzien in het bestuur dat zij hebben ingesteld, nadat een bepaald gebied onder hun rechtspraak was gekomen. Ze vestigden vrijheid van godsdienst; gedwongen bekeringen waren verboden. Ze creëerden een belastingstelsel voor publieke voorzieningen, hulp aan de armen, en militaire bescherming. Toen de kalief Umar (ra) de leiding kreeg over Jeruzalem, maakte zijn rechtvaardigheid zo’n indruk, dat veel joden dachten dat hun Messias was gekomen. Umar (ra) liet bijvoorbeeld de joodse Tempelberg weer herstellen, die door de Romeinen als een vuilstortplaats werd gebruikt. Daarnaast zorgde hij voor vele voorzieningen zoals irrigatiesystemen voor de landbouw. Het gaat ons vandaag om het voorbeeld te tonen van de profeet Mohammed (s) en de eerste vier kaliefen. De geschiedenis na de eerste vier kaliefen toont ons momenten van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, naar gelang werd gehandeld naar hun voorbeeld.
de Messias is een spiegel voor het begrip van jihad in deze tijd
Om het begrip jihad in deze tijd goed te kunnen begrijpen, wil ik de boodschap beschouwen van de stichter van de Ahmadiyya gemeenschap. Hij verzette zich sterk tegen een verkeerd gebruik van het begrip jihad. Uit zijn polemiek met gewelddadige schriftgeleerden (‘mullahs’) kunt u de oorspronkelijke betekenis van jihad opmaken. Daarnaast ziet u hoe het gebruikt wordt door de geweldenaren, en wat de toepassing van jihad zou moeten zijn in deze tijd.
a. Geweld in de verwachting van de Messias:
“Deze lieden, de Ahl-e Hadith en andere moslims, verheugen zich in het geloof dat kort voor het nederdalen van Jezus, een Imam zijn opwachting zal maken vanuit de zonen van Fatima, wiens naam zal zijn Mohammed, de Mahdi. (…) Moslims zeggen dat deze beide de aarde zullen drenken in het bloed van het menselijke ras. Ze zullen meer bloed vergieten dan er ooit vergoten is in de geschiedenis van de mensheid. (…) Ik zelf geloof niet in een bloedige Mahdi of Messias. Nee, ik haat en veracht zulke absurde denkbeelden. En ik ben dan verketterd. Niet alleen omdat ik de komst van deze zogenaamde Messias en deze Mahdi, waarin zij hun geloof leggen, tegenspreek. Maar ook omdat ik openlijk heb verkondigd, na door God op de hoogte te zijn gebracht, dat de ware en werkelijke Messias, die ook de ware Mahdi is, over wie belofte is gedaan in de Bijbel en de Koran en in de gezegden van de profeet Mohammed, ikzelf ben. Die evenwel niet is uitgerust met enig zwaard of pistool. Ik ben geboden de mens met nederigheid en zachtheid uit te nodigen tot het geloof.”1
b. Geweld voor het verspreiden van geloof:
“Enerzijds hebben achterlijke maulvi’s de ware betekenis van jihad bedolven. Ze leerden de mensen te plunderen, vechten en moorden, allemaal onder het vaandel van jihad. Maar ik betreur het hier te moeten schrijven dat anderzijds de christelijke priesters iets vergelijkbaars hebben begaan. Ze publiceerden duizenden pamfletten en slogans in Urdu, Pashto etcetera, en verspreidden ze over heel India, de Punjab en Afghanistan. Met erin de bewering dat de Islam door het zwaard zou zijn verspreid, en dat ware Islam betekent het zwaard op te nemen. Bij het zien van deze twee beweringen samen gaat het volk alleen maar nog verder in zijn beestachtige gedrag. Ik ben van mening dat het de plicht is van onze hooggeachte regering om de gevaarlijke fantasie van deze priesters een halt toe te roepen, omdat het zal leiden tot opstand en chaos in het land. Het is ondenkbaar dat de moslims ooit hun geloof zullen opgeven wegens de onbehoorlijke verzinsels van deze priesters. Integendeel zal die vorm van prediking de massa’s juist voortdurend herinneren aan hun opvattingen over jihad, en zal het een voortdurende stimulering zijn voor hun banale verlangens.”2
c. Geweld tegen een niet-moslimregering:
“… door Gods genade leven wij nu onder het bestuur van een koninkrijk, dat vrede waarborgt en ons vrij laat in het beoefenen en prediken van ons geloof. Daarnaast zijn wij bevoorrecht in het gebruik van allerlei voorzieningen. Kan er grotere vrijheid bestaan, dan dat wij openlijk het Christendom bekritiseren, en niemand ons daarvan weerhoudt? Maar er was een tijd, en vele getuigen ervan zijn vandaag de dag nog in leven, dat geen moslim ook maar het gebed durfde om te roepen vanuit de moskee. Om over de rest nog maar te zwijgen; we konden niet eens eten wat is toegestaan in ons geloof. Maar dank zij God leven wij nu onder een regering die vrij is van zulke problemen. (…) Wij voelen bewondering voor deze regering, zoals de Heilige Profeet (s) de regering bewonderde van Nushirwan.3
De Heilige Koran gebiedt:“Gehoorzaamt Allah en Zijn Boodschapper, en degenen die gezag hebben” (4:60). Gelovigen moeten dus naast God en Zijn Profeet ook het bevoegde gezag gehoorzamen. Te zeggen dat een niet-moslim regering is uitgezonderd van ‘degenen die gezag hebben’ is een ernstige vergissing. Want een regering of autoriteit die in overeenstemming is met de islamitische regelgeving (Shariah), dat wil zeggen, die er niet mee in conflict is, valt ook onder ‘degenen die gezag hebben’. Wie niet tegen ons zijn, zijn met ons. De Koran is hier eensluidend in. Gehoorzaamheid aan het gezag van een regering is één van de geboden.”4
d. Het gebod van jihad:
“Ik heb u het gebod gebracht, dat de jihad met het zwaard geëindigd is, maar dat de jihad van de loutering uwer zielen blijvend van kracht zal zijn. (…) Lees dan wat is overgeleverd in Bukhari, dat “de Messias een eind zal maken aan oorlog”. Aldus gebied ik al diegenen die mijn gelederen volgen, dat zij al zulke denkbeelden laten varen. Laat ze hun harten zuiveren, barmhartigheid betonen, en medeleven aan de verdrukten. Laat hen vrede vestigen op de aarde, want dat zal ook hun geloof vestigen. Laat hen zich niet afvragen, Hoe zal dit alles geschieden? Want zoals God de elementen en wereldse dingen heeft benut om uitvindingen te brengen zoals de motoren, die de mensen dienen, zo zal Hij ook Zijn engelen te werk stellen voor het vervullen van de geestelijke behoeften, door hemelse tekenen zonder de tussenkomst der mensen. En er zullen vele lichtschitteringen zijn, die de ogen van velen zullen openen.”5
e. De jihad met de pen:
“De Almachtige zegt in de Koran, dat u zich verdedige met het wapen dat de vijand tegen u gebruikt. Kijk dan wat de tegenstanders van de Islam voor ons in petto hebben. Ze brengen geen legers tegen ons in stelling. Ze verspreiden boeken en geschriften. Dan moeten wij ook de pen ter hand nemen, en hun aanval beantwoorden middels boeken en geschriften. Het middel moet niet erger zijn dan de kwaal. Als het medicijn niet in overeenstemming is met de ziekte, dan zal die behandeling niet baten, maar schaden.”6
Jezus (a) en Mohammed (s)
Nu hebben we enig overzicht van de betekenis van het begrip jihad en hoe het in de geschiedenis is gebruikt. Ik wil nu iets dieper op de praktijk ingaan. Zo leren we de nuances en spirituele dimensies van jihad nog beter kennen.
a. ‘schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend’
Ik zal een vraag behandelen die vaak door christenen wordt gesteld. De vraag luidt: Jezus (a) werd ook aangevallen, maar vocht niet terug. Dit maakt een moedige indruk. De moslims predikten ook vrede. Waarom werd hen geboden om zich te verdedigen? En waarom uitte hun boodschap van vrede zich niet in pacifisme?
Ten eerste moet een overeenkomst worden erkend, die door christenen vaak over het hoofd wordt gezien. Jezus was een martelaar voor het geloof. Hij was bereid te sterven voor het geloof zoals ook islamitische martelaren dat zijn. Hij zegt bijvoorbeeld:
‘Wie zijn leven zal trachten te behouden, die zal het verliezen. Maar wie het verliezen zal, die zal het vernieuwen’ (Lucas 17:33).
Nu is de vraag: in welke handeling moet u bereid zijn te sterven? Moet u vechten om uw geloof te verdedigen, of mag u zich niet verzetten tegen geweld? Het antwoord is beide. In de ene situatie moet u vechten om het geloof te verdedigen, en in de andere situatie mag u zich niet verzetten tegen geweld. Maar onthoud dat het bindende principe is dat u het leven moet willen laten om de deugd te verwerven.
Het verschil wordt gemaakt door de situatie. En in de vergelijking van Jezus (a) met Mohammed (s) is dit verschil, dat Jezus (a) predikte binnen een gemeenschap die gebonden was aan wetten. En het is nooit een deugd om de wetten te breken van de gemeenschap waartoe u behoort. Ook niet wanneer u door die gemeenschap zelf wordt veroordeeld. Jezus (a) leefde onder de religieuze wet van de joden binnen de staat van de Romeinen. Hijzelf geloofde in de wet van de Torah. Zijn eigen waarachtigheid als Messias baseerde hij op deze wet. Bovendien zei hij dat de joden ook de rechtsorde van de Romeinen moesten accepteren (Matt. 22:21). Toen hij door zijn eigen gemeenschap binnen die rechtsorde werd berecht en veroordeeld, verzette hij zich daarom niet. Zijn eigen boodschap verbood dit. Het was zijn verantwoordelijkheid om de wet toe te passen en Gods woord te verkondigen. En zijn volk had de verantwoordelijkheid om de wet toe te passen en hun Messias aan te nemen. Gods zegen is met hem, die de wet rechtvaardig toepast. Daarom zei Jezus (a) tegen zijn rechter Pilatus:
‘ … hij, die mij aan u heeft overgeleverd [heeft] grotere zonde [dan u]’ (Joh. 19:11).
Op het moment dat de moslims werden aangevallen in Medina, leefden zij niet onder de bescherming van de wetten van Mekka. Ze hadden niets met deze stad te maken. Mohammed (s) was door de joodse en christelijke bewoners gekozen als hoofd van de stad. De aanval was dus een daad van agressie tegen een onafhankelijke gemeenschap, die geen loyaliteit schuldig was aan het gezag van Mekka. Daarom had de moslimgemeenschap moreel het recht zich te verdedigen, zonder dat zij zich schuldig maakten aan opstandigheid of agressie. Mohammed (s) heeft ook in de situatie geleefd waarin Jezus (a) zich bevond. Zoals gezegd leefde hij aanvankelijk in Mekka onder de bescherming van zijn familiestam. Hij werd in die tijd bedreigd, geslagen en gestenigd. Maar hij verzette zich daar niet tegen. Hij respecteerde de rechtsorde, hij bad voor zijn vervolgers en predikte alleen verbaal tegen onrecht en bijgeloof. Toen men uiteindelijk plannen maakte om hem te vermoorden, is hij gevlucht naar Medina. Het breken van de wetten van een gemeenschap staat gelijk aan het stichten van wanorde. De Koran spreekt zich hierover heel streng uit. Bijvoorbeeld:
“Wanneer hun wordt gezegd: “Richt geen onheil op aarde aan” dan zeggen zij: “Wij zijn slechts vredestichters” Pas op! Voorzeker zij zijn het, die onheil stichten, doch zij beseffen het niet.”(2:12-13)
“Eet en drinkt van wat Allah heeft voortgebracht en wandelt niet op aarde, onheil stichtende.”(2:61)
“En o mijn volk, geef de volle maat en juist gewicht met rechtvaardigheid en bedrieg de mensen niet met hun goederen noch sticht onheil op aarde.”(11:86)
“En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend…”(7:57)
“En God houdt niet van wanorde.”(2:206)
In het kader van moed of deugd verschilt de ene vorm van zelfverdediging sterk van die van de andere. U kunt het bij uzelf controleren: wij eren de strijders die ons land hebben verdedigd tegen de Duitsers. Maar wij nemen geen voorbeeld aan burgers die het vonnis ontduiken, nadat zij door hun eigen gemeenschap zijn veroordeeld.
Een andere parrallel is Socrates (a), die door velen wordt beschouwd als de vader van de filosofie. In onze gemeenschap wordt hij ook gezien als een profeet van God7. Hij werd door de rechters van Athene ter dood veroordeeld. Zijn leerlingen wilden hem helpen vluchten. Crito kwam hem halen. Maar hij zei:
“Mijn goede Crito, uw goede wil is hogelijk op prijs te stellen… gesteld dat hij met enige juistheid gepaard gaat (46b). [Maar wat zouden wij moeten antwoorden, als de wetten van Athene ons zouden zeggen:] Socrates, wij bezitten er sterke bewijzen van dat zowel wij als de stad u voldoening schonken. Nooit zoudt gij, meer dan alle andere Atheners, zo’n thuisblijver geweest zijn in deze stad, als zij u niet uitzonderlijk bevallen was. (…) Nooit greep u het verlangen aan een andere stad en andere wetten te leren kennen; wij en onze stad waren u genoeg. (…) Onder meer hebt ge hier een gezin gesticht, wat toch wel uw voldaanheid over de stad bewijst. (…) Antwoord ons dus eerst precies hierop: is het waar, zoals wij staande houden, dat ge metterdaad – en niet in woorden – de verbindtenis hebt aangegaan u als burger naar ons bestuur te schikken …? (…) Dan is uw handelswijze niets anders, Socrates … dan een overtreden van uw verbindtenissen en overeenkomsten met ons (52d). Ge zult leven, ja. Maar hoe? Kruipen voor iedereen, slaaf zijn van iedereen. (…) En die mooie betogen over rechtvaardigheid en deugd, waar blijven die? (…) In het hiernamaals zullen onze broeders, de wetten van de onderwereld, u geen goede ontvangst bereiden, daar ze weten dat ge ook ons teniet hebt willen doen, voorzover het in uw macht lag (54a-c).8
Ook de leden van onze gemeenschap zijn in de situatie gebracht waar ze deze deugd moeten tonen. Vaak worden Ahmadi’s vermoord of worden hun huizen geplunderd. De Pakistaanse wet stelt levenslange opsluiting of executie op het belijden van hun geloof. Maar als gemeenschap zou het geen deugd zijn, een leger op te stellen tegen de Pakistaanse regering. De Koran gebiedt in die situatie, dat u eerst uitwijkt naar een ander land:
‘Was Allah’s aarde u niet groot genoeg om daarop te verhuizen?’(4:98).
Zoals Mohammed (s) vanuit Mekka ook uitweek naar Medina.
b. ‘Gij zult den Here, uw God, niet verzoeken’
Soms wordt het optreden van Jezus (a) als een pleidooi gezien voor pacifisme. Men zegt: Als wij afzien zelfs van zelfverdediging, dan zal er uiteindelijk geen geweld meer op de wereld voorkomen. Naar onze mening is dit onmogelijk, aangezien er krachten van agressie in de wereld zijn, die hiermee vrij spel krijgen. Het is als zeggen: als wij nooit meer medicijnen zouden gebruiken, dan zullen er uiteindelijk geen bacteriën meer voorkomen, die ons ziek kunnen maken. Dit is een contradictie in terminis. Een ander argument tegen deze stelling is, dat er nooit een christelijk land of Paus is geweest die zichzelf niet heeft verdedigd tegen agressie – integendeel zijn het de christelijke volkeren die in de geschiedenis de kroon spannen wat betreft agressie en moordlust. Hiermee is afdoende aangetoond dat het pacifistisch-christelijk ideaal nooit praktijk heeft gevonden, en daarmee kan het niet dienen als basis van handelen.
Dan zijn er die zeggen: ‘Als God bestaat, en Hij wil dat wij de boodschap van vrede verspreiden, waarom redt hij ons dan niet door een wonder als wij worden aangevallen, zonder dat wij hoeven te vechten? Zodat Hij laat zien dat vrede altijd overwint?’
Hierop zijn een aantal antwoorden. Ten eerste protesteert ons geweten, als wij bijvoorbeeld de vraag stellen: Waarom moesten wij vechten tegen de Duitsers toen zij ons aanvielen? Waarom kwam er geen wonder zodat wij in onze tuintjes konden blijven zitten? U voelt aan dat dit eerder lafheid zou zijn dan deugd. Iedereen moet dit bij zichzelf nagaan. De Koran zegt hierover:
“En indien Allah wilde, had Hij hen Zelf kunnen bestraffen. Doch Hij wilde sommigen uwer door anderen op de proef stellen.”(47:5)
“Vechten is u geboden ofschoon u er afkerig van zijt; maar het kan zijn, dat gij tegenzin hebt in iets, terwijl het goed voor u is en het kan zijn, dat u iets behaagt, terwijl het slecht voor u is. Allah weet het en gij weet het niet.”(2:217)
Dus volgens de Koran zijn de wetten van onze ziel in overeenstemming met de wet van zelfverdediging.
Ten tweede protesteert ons geweten tegen het stellen van eisen aan God. Jezus (a) wijst dit ook af. Wanneer Satan hem zegt: ‘Indien gij Gods Zoon zijt, werp uzelf dan naar beneden [van het dak]’, antwoordt Jezus (a): ‘Er staat ook geschreven: Gij zult den Here, uw God, niet verzoeken.’ (Matt. 4:6-7)
Tenslotte ondervinden de gelovigen wel degelijk Gods hulp. In hun gevechten waren de moslims altijd in de minderheid. Ze overwonnen altijd door onverklaarbare gebeurtenissen in hun voordeel. Zoals de zandstrom die ik eerder noemde. Maar deze wonderen worden dus getoond op voorwaarde dat de moslims zelf moedig zijn.
Net zoals hen die om Gods wil in gevaar komen binnen een onrechtvaardige rechtsorde: volgens ons werd ook de moed van Jezus (a) beloond en werd zijn gebed (Marcus 14:36, Hebreeën 5:7) verhoord. Naar onze gegevens heeft God Jezus (a) gered van de kruisdood en heeft Jezus (a) zijn boodschap met succes kunnen brengen aan de overige tien joodse stammen in het Midden-Oosten en India.
Is de invasie van Irak een reden om geweld te gebruiken in naam van de Islam?
Deze aanval was niet gericht tegen de Islam, maar tegen een regime, met het doel een gebied onder eigen bestuur te brengen. De Iraakse regering had het recht zich te verdedigen, maar niet onder het vaandel van een jihad ter verdediging van het geloof. Saddam Hussein is niet de geestelijke leider van de moslims. Die moslims die loyaliteit hadden beloofd aan het regime, hadden wel de plicht om het regime te verdedigen. En andere landen hadden Irak tegen de bezetter kunnen helpen. Daarbij hadden moslims zich in de strijd moeten houden aan alle regels uit de Koran die ik eerder heb besproken. Maar nu dat het regime gevallen is, en een nieuwe regering is gevestigd, verbiedt de Koran om nog wanorde te zaaien. Wie nu in opstand wil komen tegen deze regering, mag dit volgens de Koran alleen verbaal doen. In dit kader heeft de profeet Mohammed (s) gezegd:
‘De beste jihad is een woord van waarheid tegen een onrechtvaardige heerser’ (Tirmidhi).
Hetzelfde geldt voor de bezetting van Palestina door Israël.
De Koran belooft Gods hulp verder alleen aan de onderdrukten, die hun geloof verdedigen en bij hun overwinning rechtvaardigheid zouden vestigen. Het is de vraag of Saddam Hussein en zijn partij tot dezulken konden worden gerekend.
Slot: Nederland heeft jihad nodig
Samenvattend: jihad is de strijd voor moraal, innerlijk en uiterlijk. De Koran gebruikt het woord nergens in verband met fysieke strijd. Fysieke strijd in naam van religie is alleen toegestaan als u zelf bestreden wordt omwille van uw geloof. De strijd die Nederland wil leveren voor normen en waarden is in feite jihad. Wij van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap willen onze steun betuigen aan die strijd. Want wij geloven dat een samenleving zonder moraal ten dode is opgeschreven. Zo een samenleving zal zich niet eens kunnen verdedigen tegen een handjevol terroristen. Wij willen u uitnodigen de moraal te onderzoeken van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Wij zeggen u dat de Islam niet uw vijand is, maar juist een kans om moraal en spiritualiteit nieuw leven te geven. De Ahmadiyya gemeenschap is gesticht door een profeet van deze tijd. Het is onze overtuiging dat we zonder de geestelijke kracht van de profeet van deze tijd, nergens zullen komen.
Socrates zei: ‘De schoonste en makkelijkste manier om aan uw vijanden te ontkomen, is niet hen de mond te snoeren, maar zelf zo goed te worden als mogelijk’. (Apologie, 39d). Het is daarom volgens ons een fout om te proberen de Islam uit deze samenleving weg te bannen. Integendeel vragen wij Nederland om juist gebruik te maken van het morele potentieel dat de Islam te bieden heeft. Zoals Nederland altijd gebruik heeft kunnen maken van nieuwe invloeden. We hopen dat onze lezing van vandaag voor u een belangrijk misverstand over de Islam heeft kunnen wegnemen. En dat we u zullen mogen begroeten in onze moskeeën en in onze huizen, om met u verder te praten over de schoonheid van ware jihad.
Deze tekst is een bewerking van de lezing die op 29 september 2004 werd uitgesproken op de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
NOTEN
1. Ahmad MG. Jesus in India (1899), Londen 1978, p. 16-19
2. Ahmad MG. Jihad and the British Government (1900) in: T.S. Ahmed. A Study of Hazrat Mirza Ghulam Ahmad’s Exposition of Jihad. Islam International Publications Ltd., Londen 1993. p. 48
3. Ahmad MG. Lecture Ludhiana p. 27-28
4. Ahmad MG. Works and Speeches I, p. 261
5. Ahmad MG. British Government and Jihad, p. 14-15
6. Ahmad MG. Malfuzat 8, p. 20
7. Ahmad MT. Revelation, Rationality, Knowledge and Truth. Ch: ‘Greek Philosophy’.
8. Plato. Verzameld werk I: Crito. Haarlem: Tjeenk Willink & Zoon 1965
Overige bronnen: Ahmad MBMA. The Life of Muhammad. Rabwah, Pakistan: Al Shirkatul Islamiyah ca. 1950
Vertalingen van de auteur.